November 1900. In de lopende jaargang van ‘Volkskunde’ las men het volgende: ‘Volgens Loquela is […]
Tijdens die zomermaand van 1720 vaart het schip ‘De Brusselse galei’ binnen in Oostende na […]
‘k Hèn werkelijk nood aan een dag tusschen de zaterdag en de zundag.
Voor een zieke of iemand die enige rauwigheid in de keel heeft, of slijm of brand.
vroeg in bedde warm en rein
met een glasken goei wijn
uit het bed voor hen en hane
met uw pijpke op de bane
+ E’twieën ze toenge pelen (uithoren).
+ Z’et è karpeltoenge (ze heeft een spraakgebrek)
+ ’t Vier in je roeper hèn (dorst hebben)
De stad Veurne – het hart van de Westhoek – met zijn 7.500 inwoners, is telkenjare tijdens de vastentijd het middelpunt van een oud godsdienstig gebruik. Iedere vrijdag, tussen Aswoensdag en Goede Vrijdag trekt een kruisweg door de straten.
Ter inleiding: de koeke van kinders was zo één van die kinderkwalen waar men voor ging dienen. Een soort vage buikziekte die gepaard ging met maagkrampen, spijsverteringsklachten en andere ongemakken van de darmen.
‘k En zal noch dag noch jaar noemen, maar hetgeen ik hier vertel, heb ik bij het Vlaamse volk gehoord. Zekere Tisten hield herberg in ‘De Kromme Krinkel’ maar, ik weet niet aan wie of waaraan het loog, de verkoop wat bitter klein. Menigmaal had Ciska de bazin daarover haar beklag gemaakt aan de weinig klanten, die nog van tijd tot tijd in ‘De Kromme Krinkel’ hun dorst kwamen lessen: maar het was allemaal boter aan de galg, niets een baatte.
Spiering en vis stinkt moar als ’t hij gevangen is
Ze heeft geen suiker nodig want ze is zoet uit heur eigen
Hij zal van zijn verstand niet ziek worden
Beter zulk were dan geen were
Op 20 mei 1596 bevestigde Laureinsekin Tulpen, ‘huysvrauwe’ van Jacques le Maire, ‘cipier ten steene’ onder eed, hoe ghisteren de vrauwe daer Leene woont, commende ter steene verkende dat Leene haer gheholpen hadde van een gheest die haer quelde die ze zeyde dattet haer mans gheest was die haer quam quellen. Zeght voorts dat de zelve vrauwe zegt, dat Leene ordeinairlic upstaet ter middernacht ende gaet ligghen in de veinster altijts alst schoon weder is, ende dat ze zeght dat ze daer alle dinghen ziet, ende dat ze ziet al de stadt over, ende dat ze dat al weet ende dat ze datte al in de lucht ziet…’
‘Hie zé’, antwoordt den docteur; ‘alle ure een lepel, maar wel opletten van hem te schudden voor te nemen’. ‘Goed, meneere, zei Mitje’.
Een dokter werd bij een dame geroepen die plots erg ziek was geworden en hij deed haar grondig verhoor ondergaan over de aard van haar kwaal. Ook vroeg hij haar wat ze voelde toen de aanval begon.
Mijn dochter Ivonne is ziek gekomen toen ze zes maanden oud was. Het was bij ons thuis grenswinkel en er kwamen veel mensen o.a. kwam er een oude vrouw, die in de zeventig was en die zei : ‘Maria, ’t is al zo lang dat dat kind ziek is en altijd maar naar de dokter. Weet je wat je moet doen? Je moet dat niet uitstellen. Ga naar de paters naar leper, het is maar dat middel.’