banner
aug 18, 2021
641 Views

Vliegertjes

Written by
banner

November 1900. In de lopende jaargang van ‘Volkskunde’ las men het volgende: ‘Volgens Loquela is de oude vlieger te Ieper nog bekend. Daar werden de grote uitvaarten bijgewoond door twaalf oude grijsaards die met een vlieger omhangen waren. Meer bepaald met een ‘rouwmantel in blauw laken, voorzien van een kraag die over de schouders hing en graag opvloog als het waaide.

Op de borst zag men het stadswapen van Ieper; een roodlaken kruis. Die twaalf grijsaards heetten daar de vliegers of vliegertjes. En zulke uitvaarten het ‘vliegend geluid’. Na de plechtigheid kregen ze 1 frank en een vollaardetje (koekenbrood). Hoewel er nu luidens het legaat twaalf vliegers in Ieper dienden te wezen, zijn er nu maar negen meer, omdat het getal van die mantels naar negen gezakt is.’ Vliegertjes en vliegers en die oude ventjes met hun oude kapoten kreeg men in Ieper zodanig zelden te zien dat ik nadat ik hier nu al vijf jaar woonde met enige schaamte moest bekennen dat ik niet op de hoogte was van hun bestaan. Dat was de reden waarom ik nu ter plaatse de volgende inlichtingen had ingewonnen.

De ‘vliegertjes’ of oude mannetjes waren bevoordeligden van de stichting van de Heilige Geest en ze ontvingen wekelijks op vrijdag een vast hulpgeld van 60 centiem. Tegenwoordig waren ze nog ten getale van tien en de beheerraad van de burgerlijke godshuizen duidde een opvolger aan naarmate er een titularis door een sterfgeval verdween. Dit getal was sedert 25 jaar onveranderd gebleven. Dat het wel degelijk oude mannetjes waren bleek uit hun geboortejaar. De oudste zag het levenslicht in 1813, dan volgde er een van 1817, een van 1818, twee van 1819 en de rest was geboren tussen 1820 en 1829 zodat de jongste nu minstens 70 jaar oud was.

Het gebruik van de ‘vliegertjes’ bij de grote uitvaarten verviel meer en meer in Ieper. Vroeger hadden ze dikwijls dat buitenkansje en werden ze gevraagd bij de begrafenis van alle rijke ingezetenen. Thans gebeurde het ook nog wel eens, hoewel er maar één of twee keer aan die arme stumperds gedacht werd. In de lijkstoet vormden ze dan een groepje, gaande achter het lijk, natuurlijk voorrang gevende aan de familie, vrienden en bijzondere genodigden. In de kerk namen ze plaats ter hoogte van de preekstoel – nooit verder naar voren – en ze gingen als allerlaatsten ten offer, met de ‘krijschers’ of de begrafenisbedienden. Een vast loon verdienden ze daar niet mee.

Sommige families gaven 1 frank per man, anderen slechts 50 centiem. Maar er werd wel steeds voor tien vliegertjes betaald al hadden er slechts met acht of negen de begrafenis kunnen bijwonen, want de ontbrekenden konden soms ziek geweest zijn. Ze waren gekleed met een hoofddeksel en een broek naar keuze, een witte halsdoek met vlottende staarten en waren omhangen door de zogenaamde vlieger. Deze was een oude kurassierskapoot waarop het wapen van Ieper (een recht kruis met vier ongelijke zijarmen) in rood laken – insgelijks uit de strepen van een oude soldatenbroek genaaid was. De tien vliegers of mantels berustten bij de ‘knaap’ of de bode van de stichting van de Heilige Geest waar de vliegertjes ze gingen afhalen telkens ze die nodig hadden, een half uur voor het heffen van het lijk.

En omdat die oude kapoten steeds minder het daglicht te zien kregen had de ‘knaapt er heel wat last mee om ze te beschermen tegen de verwoestingen van motten.

Uit ‘De Grote Kroniek van Ieper’ – werk in opbouw –

Article Tags:
· · · · · ·
Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *