12 juni 1572. Alva heeft het verkorven bij koning Filips II. Zijn opvolger zet vandaag voet aan land in de Nederlanden. De hertog van Medina-Celi lijkt me een rustiger type. Maar in Nederland zijn ze fijn gerust in de komst van een nieuwe katholieke kwezel. Die van Vlissingen worden van zijn komst op de hoogte gebracht en gaan meteen over op de aanval.
De Spaanse schepen krijgen het hard te verduren. Medina-Celi moet noodgedwongen voet aan de grond zetten in Sluis. Drie Spaanse schepen worden daar in de haven in brand gestoken. Aan boord bevinden zich nogal wat ballingen en gevangenen die ofwel verdrinken ofwel gevangengenomen worden. De wreedheid van die van Vlissingen zorgt voor een bloedbad onder de Spaanse bemanningen. Velen worden ingerekend en opgeknoopt. Gruwelijke en beestachtige taferelen die door de hertog met grote droefheid gadegeslagen worden vanuit zijn kasteel in Sluis.
Na drie dagen reist Medina-Celi door naar Brugge. Hij is in het gezelschap van zijn zoon. Vandaar gaat het naar Gent en naar Brussel. Zijn entourage is best magertjes te noemen. Vijftienhonderd van zijn mannen blijven achter op hun oorlogsschepen. In het geharrewar zijn heel wat met wol gevulde schepen verloren gegaan. De balen wol die een stukje welvaart naar de Nederlanden moesten brengen gaan verloren in het Noordzeewater. Zeker vijftig schepen zijn in de golven verdwenen.
27 juni 1572. De beschikbare mannen in de Westhoek zijn gemobiliseerd om zich te gaan aanmelden in de omgeving van Sint-Winoksbergen. Men zal de stad in de tang nemen in opdracht van Frederik, de zoon van de hertog van Alva. Een dag of tien geleden is bij ons het nieuws verspreid dat Simon Uyttenhove opgepakt werd in Middelburg. Deze Uyttenhove was de fameuze Ieperse kapitein die in de jaren zestig zoveel terechtstellingen van geuzen op zijn conto heeft geplaatst. Naast hem is ook een zekere Mathijs Huyghe opgepakt.
De geuzen zitten zowat overal in het noorden van Vlaanderen. Ze houden het doen en laten van de Brugse hoogbaljuw Ougyn in de gaten. Samen met die van Frennis, de bisschop van Doornik. Beiden zouden op bezoek komen naar het kasteel van Middelburg. Omdat die plannen niet doorgaan zoals gepland focussen de geuzen zich dan maar op Uyttenhove en Huyghe die logeren in herberg ‘De Zwaan’ te Middelburg. Vroeg in de morgen stormen ze er binnen en komt het tot zwaar geweld in de kamer van Simon Uyttenhove. De kapitein verweert zich hevig, schiet in het rond waarbij er zeker één van de aanvallers neergelegd wordt.
De geuzen besluiten dan maar de herberg in brand te steken. Uiteindelijk worden Uyttenhove en Huyghe bij de lurven gevat. Ze worden allebei vastgebonden en achter hun eigen paarden naar Vlissingen gesleept. Vlaanderen staat ondertussen in rep en roer. Hertog Medina-Celi is met verscheidene Artesische vendels onderweg om Sint-Winoksbergen aan te vallen.
In Henegouwen krioelt het van de Spanjaarden en de Duitsers. In Antwerpen zorgt de dramatische terugval van handel en nijverheid er voor een uitbarsting van geweld. In het begin van juli krijgt de noordkant van Vlaanderen het ongewenst bezoek van drie à vierduizend calvinistische soldaten. Een mengeling van Fransen en Engelsen die de bevolking schrik aanjagen. Daarover zal ik jullie later meer vertellen. Want hier eindigt mijn eerste boek; ‘De tijd die lijdt’, van al deze geschiedenissen, beschreven door Augustijn van Hernighem.
17 juli 1572 De zenuwen staan op scherp hier in Brugge. De aankomst van diverse vendels Waalse soldaten botst op hevige weerstand bij de Bruggelingen. ‘De bende van Ruys’ is hier allesbehalve welkom. Die Ruys waarvan sprake werd recent aangewezen als nieuwe gouverneur van Vlaanderen. Hij laat zich warempel al meteen in negatieve zin opmerken. Brugge kan zijn Walen allesbehalve smaken. Tijdens die eerste nacht grijpen de burgers massaal naar hun wapens in afwachting van een confrontatie. Gelukkig loopt het allemaal niet zo’n vaart.
De volgende morgen vertrekken de lieverdjes richting Sluis en gaat de spanning bij de Bruggelingen als vanzelf weer liggen. De komst van de soldaten heeft alles te maken met de geuzen. Ze houden maar niet op om kwaad uit te richten. In Holland en vooral in Zeeland. En in Henegouwen. De Raad van Vlaanderen heeft beslist om in te grijpen en de vervelende heretiekers van antwoord te dienen. Vandaar dus die Walen. De geuzen krijgen enkele dagen later een nederlaag aan hun broek gesmeerd. Een goed zaak, zoals jullie wel weten kom ik uit een katholiek nest en loop ik niet erg hoog op met dat nieuw geloof.
Er volgt een tegenreactie in Henegouwen. De hugenoten uit Frankrijk, want zo noemen de Franse geuzen zich daar, willen zich wreken om wat de katholieke soldaten hebben aangericht met hun gelijkgestemde broeders in Nederland. Hele benden soldeniers en hun edele aanvoerders rukken op om de Waalse katholieken een lesje te leren. Daar zullen de landlieden allesbehalve mee opgezet zijn.
Amper aangekomen beginnen ze al met het roven van schapen, koeien en andere eigendommen. De bevolking van Bergen en omgeving grijpt in. De boeren nemen de wapens op en krijgen de hulp van diverse garnizoenen soldaten. De confrontatie op zowat vijf kilometer van de stad mondt uit in een schone victorie. Vierduizend Fransen worden om het leven gebracht, tien ruiters en negentien edelen zijn tijdens de strijd gevangen genomen.
De eerste weken na mijn terugkeer naar Ieper verlopen rustig. Het is hier zo goed als windstil. Tot 29 augustus. Ik had beter mijn mond gehouden en zeker niet geschreven over dat ‘windstil’. De Ieperse poorters krijgen een verschrikkelijke zomerstorm te verwerken. Een tempeest dat begint rond tien uur in de voormiddag en die ik zeker als afgrijselijk mag catalogeren. Wat een schade!
De lakenhalle krijgt er van langs. Het gedeelte boven de klokken verliest al zijn dakpannen. De deur van de voute wordt uit zijn hengsels gerukt en afgeworpen. Ook de kerk van Brielen loopt grote averij op. Overal in het dak worden gaten geslagen. Een altaar van het Heilig Sacrament wordt vernield. Het fel weer is vreemd en gruwelijk om te beleven. Gelukkig is het slechtste al na één uur achter de rug.
Alsof dat nog niet allemaal erg genoeg is, beslist onze Spaanse hertog om ten strijde te trekken tegen de geuzen in de noordelijke Nederlanden. De opbouw van zijn troepen begint al rond begin augustus 1572. Karavanen huifkarren worden opgeëist door Alva. Ze vertrekken op 8 augustus vanuit Cassel, Sint-Winoksbergen, Veurne-Ambacht en uit de hele Westhoek. Richting Antwerpen.
Twee dagen later staan zowat duizend wagens, elk met vier paarden in gespan. Klaar om in actie te treden. De naam van de prins van Oranje gonst in het rond. Er wordt verteld dat hij ondertussen al opgerukt is tot in Gelderland waar hij al een stad heeft ingenomen. De stedelingen die zich tegen hem durfden verzetten hebben dat met hun leven bekocht.
Ik hoef jullie niet te vertellen dat de naderende oorlog een ramp is voor de economie. Het koopmanschap gaat teniet. Een devaluatie van onze munt op 8 augustus is al een eerste kwalijk gevolg. Dat betekent voor iedereen een prijsverhoging van zeker drie percent. Daarnaast krijgen de Ieperlingen een nieuwe kapitein. Meneer Van Loppeghem komt er op bevel van het Hof. Op de 21ste trommelt hij al direct de soldaten op voor een grote monstering voor de lakenhalle. Tussen Gillis in Jerusalem en Gillis Schotland is het gisteren tot een hoogoplopende ruzie gekomen.
Een vete die nog altijd nazindert tijdens de troepenschouwing. De eerste Gillis is naar de markt gekomen om de soldaten te zien paraderen en dat is Gillis Schotland niet ontgaan. Tijdens het voorbijstappen dient hij een steek van zijn zwaard toe waardoor Gillis in Jerusalem verwond wordt aan zijn elleboog. Die reageert fluks en steekt zijn aanrander neer met de poignaart. Hij raakt Gillis Schotland in zijn bovenbeen, pardoes in een slagader. Een dodelijke wonde, het slachtoffer sterft korte tijd later zonder ooit nog een woord te spreken.
Gisteren werd er hevig gevochten in Parijs waarbij tal van edelen verslagen werden. Een weekje later trekt de hertog van Alva naar Bergen, een stad die hij in de tang neemt. Geen evidente opdracht en ondertussen krijgen de geuzen ook nog de vrije toegang tot Mechelen. Antwerpen staat eveneens in rep en roer. Het lijkt er op dat de geuzen wel elke dag een nieuw stukje Vlaanderen aan het veroveren zijn.
Op 1 september 1572 laat provoost Gelein Everaert een jonge man opknopen aan het Wieltje. Hij heeft een rist misdaden op zijn palmares en ondanks een eerdere verbanning wilde hij niet afstappen van zijn slecht gedrag. Er zit dus niet veel anders op om hem dan maar op een andere manier kwijt te spelen.
Dit is een fragment uit Boek 8 van De Kronieken van de Westhoek


