Zondag 15 december 1566. Terwijl de dagen altijd maar korter worden verhogen de spanningen in de Westhoek. Vorige week deed een gerucht de ronde dat predikant Pieter Hazaert volgende zondag (dus vandaag) naar Ieper zou komen prediken in de aanwezigheid van twaalfduizend man. Simon Uyttenhove was er niet gerust in en is vorige week met een man of veertig naar Mesen vertrokken om er de bewuste Hazaert op te pakken. Blijkbaar is hij daar niet in geslaagd en deze wetenschap op zich voorziet de roddels nog van extra zuurstof.
Het zou volgens mij wel eens kunnen zijn dat de geuzen verbolgen zijn omwille van de terechtstelling van enkele van hun calvinistische broeders enkele maanden geleden. Er zou inderdaad wel eens veel volk naar Ieper durven afzakken. Bange verwachtingen dus. Komt die grote bende geuzen nu af vandaag? Alleen de Antwerp- en de Elverdingepoort worden opengezet, elk voorzien van vijftig bewakers. Op de markt staan er honderd man opgesteld.
Het vendel van commandant Del Valle bewaakt ook nog de lakenhalle en het stadhuis. Vincent de Spelman heeft ’s morgens aan de poort al een ferme woordenwisseling gehad met Del Valle. Wanneer Vincent na het middagsermoen naar de markt afzakt wordt hij er opgepakt door de hoogbaljuw en de kapitein en vervolgens naar de gevangenis geleid. De kapiteinen vinden de tijd rijp om zich naar de stadspoorten te reppen. Er begint inderdaad wel veel volk naar het kerkhof van Magdalena te gaan om er de preek bij te wonen. Na het sermoen staan de soldaten in het gelid, strak voor zich uitkijkend en met hun geweren in de hoogte. Aan de stadspoorten wordt de toestand geleidelijk aan onhoudbaar voor de soldaten. Het volk blijft maar toestromen.
Er is geen houden aan. Rond 15u30 verliezen enkele bewakers hun koelbloedigheid en er komt gedruis van. Een soldaat schiet zijn geweer af in de lucht en hitst met zijn lawaai enkel de woede van de geuzen op. Vreselijke toestanden. Enkele manschappen vuren in het rond in de hoop om de rust te laten terugkeren. Ze bereiken natuurlijk het omgekeerde effect. Al het volk in de stad wordt er door aangestoken. Een kwade roep die zich als een lopend vuur door de stad verspreidt. ‘Ze hebben op ons en onze predikant geschoten.’ Dat blijkt allemaal wat overtrokken maar toch zijn er enkele gewonden gevallen. Een geus heeft een schotwonde in zijn arm en ook enkele anderen blijken gelijkaardige verwondingen te hebben opgelopen.
Carlo begint op zijn trommel te slaan. ‘Extra versterking gevraagd en dringend.’ Dat zal de boodschap wel zijn. Terwijl de berichten van de confrontatie aan de stadspoorten al de Hondtstraat bereikt hebben gaat het van kwaad naar erger. De indringers slaan iedereen dood aan de poorten en de soldaten gaan in paniek op de vlucht voor de mensenmassa die hen op de hielen zit. Ook trommelaar Carlo haast zich om uit de greep van de geuzen te blijven. Het is werkelijk een algemene vlucht naar de markt. Veel respijt krijgen de soldaten er niet. Het volk stroomt er in dichte massa naartoe. Carlo moet zijn rapier gebruiken om zijn soldaten onder controle te houden want die willen nu blijkbaar maar één ding: hier weg geraken. De markt wordt uiteindelijk gevrijwaard.
Een van Carlo’s mannen krijgt een dolk in de rug en wordt dodelijk gewond. De poorters zelf zijn ferm geschrokken van de impact van de toestromende buitenlieden en haasten zich naar hun huizen. ‘Nieuwers best dan thuus’, nergens beter dan thuis. De rust keert terug. De mensen die nu nog buiten aan de stadspoorten stonden te wachten worden na een uurtje weer toegelaten. Het gaat er plots veel rustiger aan toe nu iedereen zich in zijn huis beschut houdt.
Dit is een fragment uit Boek 8 van De Kronieken van de Westhoek


