10 augustus 1792. Het noodklok roept het volk op om definitief af te rekenen met zijn koning. Na een aanval op het paleis van de Tuileries eindigt Lodewijk XVI met vrouw en dochter in de gevangenis. Hij sterft als een martelaar op 21 januari 1793, de koningin volgt hem in hetzelfde lot op 16 oktober 1793 en hun dochter Elisabeth op 1 mei van 1794.
De verenigde mogendheden Pruisen en Oostenrijk komen niet tussen, waarom zouden ze trouwens ook deze Franse implosie verijdelen? Keizer Leopold II overlijdt op 1 maart 1792 en krijgt zijn zoon Frans II als opvolger. Het zal nu niet lang meer duren vooraleer de Westhoek kennis zal maken met de gewijzigde politieke toestand in Europa. De toestanden bij onze zuiderburen beloven in alle geval niet veel goeds.
Een land zonder bestuur, zonder geld en met alleen maar ruziemakende partijen die zich niet inhouden om elkaar openlijk te vermoorden. Dat allemaal terwijl de overgrote meerderheid van de Fransen er machteloos en verschrikt op toekijkt en zwijgt. Van overheidswege moet de guillotine afrekenen met de aristocratie en daarbij telt alleen maar het binnenrijven van hun middelen.
Samengevat in deze zin: een klein aantal schurken (Marat, Danton, Robespierre en anderen) heeft de macht in handen. Ze heersen over miljoenen mensen dankzij enkele duizenden beulen die in het vermoorden van grijsaards, vrouwen en kinderen hun broodwinning vinden. Tot ze uiteindelijk met zijn allen hetzelfde lot zullen ondergaan.
Op 20 april 1792 verklaren de Franse woelgeesten de oorlog aan Oostenrijk. Terwijl ze niet eens een fatsoenlijk leger bezitten om slag te leveren. Ondertussen verspillen Pruisen en Oostenrijk hun tijd met de belegering van enkele grenssteden. De Fransen hebben in Rijsel een leger van ongeveer 20.000 manschappen in stand-by. Daartoe behoren een afdeling Brabantse jagers en andere uitgeweken Belgen, landverraders die straks tot hun eigen schande de weg naar hun vaderland willen tonen aan te vijand.
Daar heeft hun haat tegenover het Oostenrijks bestuur natuurlijk alles mee te maken. Rond 17 juni 1792 kiezen de Fransen Menen als nieuw hoofdkwartier, geleid door patriot Poulouche, de Menenaar Pieter Osten. Ik vertel er nog bij dat aan Oostenrijkse zijde we vanaf 18 april onder het bestuur staan van aartshertog Karel van Lorreinen die zijn voorgangster, de bij de bevolking gehate Maria-Christine vervangt.
De Oostenrijkse krijgsbenden naderen de Fransen waardoor die op 29 juni Menen weer moeten opgeven. Ook Toerkonje en Robaais gaan verloren. Op 29 september staan de Oostenrijkers met 18.000 manschappen voor Rijsel dat een week aan een stuk met kanonballen beschoten wordt. De inwoners van Poperinge, Reningelst en omgeving klimmen op de Kemmelberg om de gloeiende projectielen te zien vliegen, een show die vooral in de avond zichtbaar is.
De binnenstad van Rijsel brandt op diverse plaatsen maar daar lijken de sansculotten zich niet veel van aan te trekken. De eenvoudige soldaten, een mix van Parijse ambachtslieden, handelaars en winkeliers dansen rond de neergeplofte ballen die ze met bloemen versieren. De verdedigers van Rijsel dragen niet eens kniebroeken zoals de gebruikelijke soldaten maar een gewone werkmansbroek met daarboven een jas. Van overgave is er geen sprake. Hun revolutionaire leiders hebben gezorgd voor hoge galgen en bedreigen iedereen die er zelfs maar aan denkt om met de Oostenrijkers te onderhandelen.
De Franse generaal Dumouriez heeft in het noorden van Frankrijk een leger van 80.000 geoefende soldaten bijeengebracht en hij slaagt er in om Rijsel te ontzetten. Zijn leger dringt binnen op Belgische grondgebied. Dumouriez profiteert ten volle van de besluiteloosheid van de Oostenrijkers en de Pruisen om de ene na de andere grensstad in te nemen. Op 6 november 1792 verslaat hij hen tijdens een veldslag in Jemappes.
België zal nu wel klaar moeten staan om zijn Franse ‘vrienden’ te ontvangen. De Fransen zien zich warempel als onze bevrijders maar zelf hebben ze maar één doel. Om bij ons geld en rijkdom te vinden en aan te slaan. Terwijl Dumouriez de Belgen paait met schone woorden, schrijft hij aan aan minister Pache dat hij hoopt van voldoende geld te vinden in de Nederlanden.
Goedschiks, kwaadschiks en dat we wel verplicht zullen zijn om het Franse papieren geld te accepteren. Waardeloze valuta die onze contreien opzadelen met een devaluatie van maar liefst 70%. Om zich een schijn van wettelijkheid toe te meten proberen de Fransen ons congres ertoe te verleiden om via een stemming de aanhechting met Frankrijk te doen uitroepen.
De steden komen stilaan tot het besef dat ze in de zak gezet zijn door de beloften van Dumouriez. De omwenteling gaat gepaard met gevangennemingen, confiscaties, gedwongen verkopen en deze devaluatie die de levensstandaard angstwekkend laat zakken. Terwijl het klachten regent tegenover de nationale conventie oefent Danton zware druk uit om het Belgenland met Frankrijk te verenigen zodat zijn eigen wetten hier hun toegang zullen kunnen vinden.
Op 31 januari 1793 doet hij tijdens een speech voor de nationale conventie zijn plannen uit de doeken. Hij zal ons land zuiveren van de oproerige priesters en de aristocraten. Het land kan er alleen maar mannen en schatten bij winnen. Wat later volgt er een ultimatum dat de Belgen nog twee weken de tijd krijgen om in te stemmen met de unie of dat ze anders als een vijandelijk volk zullen gelden dat weigert om te stemmen op een staatsbestuur dat gestoeld is op vrijheid en gelijkheid.
Het is het begin van een tijdperk vol diefstal, moord en brand voor ons vaderland. De Fransen die ons vrijheid beloven en beweren dat ze onze broeders zijn brengen in realiteit niets meer dan hun hatelijkste dwingelandij en schreeuwendste onrechtvaardigheden. De Belgen die verbitterd zijn over het Franse juk smeken om hulp bij de Oostenrijkse keizer. Op 1 maart 1793 ontzet de prins van Saksen-Coburg de stad Maastricht en verjaagt er de Fransen. Twee weken later overwint hij hen nog een keer tijdens de slag van Neerwinden in de omgeving van Landen.
Voldoende om de Fransen te doen terugtrekken naar eigen land. Aartshertog Karel maakt vervolgens in Brussel zijn intrede als gouverneur van de Belgische gouwen. Generaal Dumouriez is een verbitterd man. Hij weet perfect dat de hatelijke plundering van het Belgenland en de reactie erop volledig te wijten is aan het radicaal zootje ongeregeld van Danton en Co. Zijn poging om de Oostenrijkers te betrekken bij een staatsgreep in Frankrijk en de nationale conventie te breken mislukt echter. Feit is wel dat de generaal definitief de zijde van Oostenrijk zal kiezen.
Oostenrijk, Pruisen, Engeland en Holland buigen zich al over de toekomst van Frankrijk en denken al aan de terugbetaling van de oorlogsschade. Frankrijk hangt in de netten. Wanneer de prins van Saksen-Coburg op 13 juli 1793 de steden Valenciennes en Condé bemachtigt laat hij daar de Oostenrijkse vlag wapperen. Een actie die chauvinistisch Frankrijk op slag uit zijn lethargie doet ontwaken. Het Franse volk springt eensgezind recht om het bedreigde vaderland te verdedigen.
Zo kennen we de Fransen natuurlijk. De nationale conventie neemt stoutmoedige beslissingen en slaagt er eveneens in om die te laten uitvoeren. Jong en oud moeten naar het leger. Onwilligen en broekschijters worden onder de bedreiging van gevangenis en guillotine naar het leger gedreven. Frankrijk verandert op enkele weken tijd in één groot legerkamp. Openbare gebouwen doen nu dienst als kazernes of wapenopslagplaatsen. Na enkele maanden is de mobilisatie van 1,2 miljoen Fransen verdeeld over 14 legers een feit.
Dit is een fragment uit Boek 10 van De Kronieken van de Westhoek


