Men schrijft uit Diksmuide 30 januari 1867.
Zo als men gevreesd heeft is onze streek, bij het smelten van de sneeuw, onder water gezet. In Veurne-Ambacht heeft het water de hoogte bereikt die men in lange jaren niet heeft gezien. Zo ver het oog dragen kan, ziet men niets anders dan water.
De IJzer is op diverse plaatsen over de dijken gespoeld en men is duchtig aan het arbeiden om het doorbreken van de oevers te beletten. Langs de Handzamevaart, op kleine afstand van onze stad, had hetzelfde geval plaats: op sommige plaatsen staat het water daar een voet hoger dan de dijken. Ook bewaakt men sedert zondag, op een menigte plaatsen de oevers langs de IJzer en de Handzamevaart.
De Heren Sijmon, Dehoon en Troost, ingenieurs der watering horen pijnlijke tijdingen. De ene huisgezinnen hebben hun woningen moeten verlaten, andere hebben tot de bovenvertrekken hun toevlucht moeten nemen terwijl het water door hun woonsten stroomde.
Veel hofsteden zijn in eilanden herschapen en kan men zonder vaartuigen niet meer bereiken. Er zijn er waar het water door de stallingen spoelde en men veel moeite had om het vee in veiligheid te brengen.
De stroom moet overigens grote verwoestingen in de omliggende streek hebben gedaan, want men ziet een massa hout, balien en stakijtingen voorbij drijven. Gelukkig nog dat wij op die verbazende massa sneeuw een zachte dooi gehad hebben. Moest de dooi met regen gekomen zijn dan zou men voorzeker grote onheilen te betreuren gehad hebben.
Tot gisteravond nog bleef het water gestadig aanwassen; maar sedertdien tot op het ogenblik we dit schrijven, is de toestand weinig veranderd. De vrees van een nog grote overstroming blijft zeker bestaan. Men gaat dan ook voort met overal de nodige voorzorgen te nemen.
De Moeren zijn ook helemaal overstroomd en omdat het water in de omliggende vaarten hoger staat dan in de Moeren zelf, kan ze langs geen kanten lossen.
–
www.historischekranten.be


