Het jaar 1750. Op 11 maart beukt een ongehoord felle noorderstorm over Oostende. De inwoners […]
Eind 1792. In Ieper hebben nogal wat Franse vluchtelingen hun veiligheid gezocht. Die zijn nu […]
17 augustus 1930, zondag. Te Ieper werd de eerste steen gelegd van de nieuwe kaaimuur […]
Men schrijft uit Diksmuide 30 januari 1867. Zo als men gevreesd heeft is onze streek, […]
Ze woonden langs de vaart. Al heel lang, van geslacht tot geslacht, te Beernem op ‘de Gevaarts’, langs de Gentse vaart tussen Moerbrugge en Bloemendale.
Wider weunden hier niet verre van de vaart en up en avond komt er hier e wuvetje binnengelopen tenden (buiten) asem en al roepen “’t Is daar e verkeer, en ’t ruttelt met ketens, ’t is de waterduvel, ’t is de waterduvel.”
Jan Klap moest voor de jugepee verschijnen omdat hij zijn vrouw een pak slaag had gegeven.
Ik verplaats me meteen naar 10 juni 1483. Boze Spanjaarden brengen zestien gevangen Franse soldaten binnen in de stad. Ze werden betrapt te Voormezele waar ze een brouwerij aan het plunderen waren.
Anno 1620: op de 12de juni begon men aan de oostkant van de halle te bouwen aan een nieuw werk, een wandelplaats, vanboven voorzien met zeer sterke en schone comptoiren waar de registers zouden moeten bewaard worden.
’t En zal maar juiste en wel besteed zijn ook. Waarlijk men moet Boezingse Jannen zijn om zullen beestigheden en meesterstreken te begaan. Maar die olijkaards die zo de puntjes op de i’s willen stellen, waarom hebben ze niet eerste het goede voorbeeld gegeven?
Ge gaat door de Rijselse Poort te Ieper en weldra brengt de baan u in brede bochten voorbij de Britse militaire begraafplaats ‘Bedford House Cemetery’, en over de onvoltooide vaart naar Komen, op het gehucht St.-Elooi dat tot Voormezele behoort.
Een schrikkelijke trambotsing greep maandagmorgen rond 7 3/4 uur plaats op de tramlijn Ieper-Veurne, tussen Fortem en Lo, op 400 meter afstand van Fortem statie.
Twee kinders, Gaston en Antoinette Sergier waren donderdagmorgen rond 7 3/4 ure op het trekpad langs de vaart van Ieper naar Komen. Op ongeveer 150 meters der brug die over de weg naar Dikkebus ligt, al de kant van de woonhuizen Glissoux, bemerkten zij twee kleine handjes die uit het water staken en dachten dat er een pop ingeworpen was geweest.
Op een drietal steenworpen van onze peurplekke stond er een oude herberge, de Gapaard. Iedere keer dat we kwamen visen ging hij in zeven haasten een pot pakken. Potten pakken kost geld. En bij hem thuis waren ze hondegierig. Ze hadden voor zonelief wel een vislijne gekocht, omdat ze van mijn thuis wisten dat we met vele en lekkere vis naar huis kwamen, maar zijn ‘permis’ om te vissen moest Thomas van zijn drinkgeld betalen.