banner
feb 17, 2020
1796 Views

’s Nuchtens tielijk

Written by
banner

’s Nuchtens tielijk – van ten vijven –
staat de schaar gereed en gaat
met den haak en met de pikke,
waar het wachtend koren staat.

Scherregerrend snerpt de wetsteen
op en neêre langs het staal,
en de pikkers kijken lustig
naar dat koren altemaal.

En ze slaan een kruis en spuwen
krachtig in de felle vuist,
slaan den pikhaak in het koren,
dat al zuchten nederruist.

En ze buigen en ze stuipen,
en ze pikken en ze slaan,
zonder rusten, zonder pozen,
zonder spreken, zonder staan.

En ze buigen en ze stuipen,
zonder schier te weten hoe;
op en neêre gaat hun arrem,
lijk van zelfs, en slaat maar toe!

’t Zinderend klinken van de pikke
mengelt met het ruisend lied
van het koren, en het zwoegend
asemen van het werkend diet!

En de zonnestralen vlammen
op de wappere werkers neêr,
en het koren zendt al spokkelen
hun die vlamme in vonken weêr.

Maar ze buigen en ze stuipen
lijk van zelfs, en slaan maar toe;
en hun arrem zwaait de pikke
zonder schier te weten hoe.

En ze monkelen naar het koren,
dat voor hun slagen zwicht,
rechten de gekromde rugge,
drogen ’t zweet van ’t aangezicht.

Wetten kletsend hun pikke,
lachen met de zon die laait,

en – weêr slag voor slag valt ’t koren
waar ’t de pikke nederzwaait.

Wel perst ’t zweet uit te alle kanten,
perelend op ’t gebruind gelaat,
en, langs rugge en benen krevelend,
dweers door broek en hemde gaat.

Maar ze èn weten ’t, noch ze en voelen ’t,
en ze slaan, maar altijd slaan,
en noch zonnelaai noch zweten
dat hen kan doen stille staan.

Rusten doen ze – slechts om te eten –
een korten noenestond,
en hervatten weêr den arbeid
schier met ’t eten in den mond.

Zie! Daar is het laatste bedde!
Elkeen staat en kijkt een keer,
en met dubbele kracht, daar slaat de
pikke in ’t laatste koren neêr.

Af is ’t koren, kale ’t veld nu;
met de glans op ’t aangezicht
kijken al de pikkers naar het
koren, dat geveld daar ligt.

Naar de kale stoppels, die op
’t veld zijn blijven rechte staan,
naar de musschen, die al swietelen
vechten om ’t verloren graan!

Zij vergaren pak en zak, doch
eer zij naar de hofsteê gaan
kijken nog eens om, en zeggen:
‘w’ hebben wel ons best gedaan!’

En des nachts, bij zalige ruste
wordt hun ’t moede lijf verlicht:
heilvol is de ruste bij ’t be-
wustzijn der volbrachte plicht.

N.D. Langemark 1 augustus 1902 – www.historischekranten.be –

Article Tags:
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *