De straffeloosheid in die jaren 1794-1795 is schrikwekkend. De Fransen trekken een ferme streep door […]
Op 23 juli 1310 krijgt Ieper de toelating van de graaf om de vijver van […]
12 april 1916. Toen Ieper nog Ieper was. Volgens de jongste Franse officiële berichten werd […]
11 juli 1588. Om 2 uur in de nacht staat een bode aan de Mesenpoort […]
5 juni 1588. Pinksteren valt dit jaar op de eerste zondag van de maand en […]
Tijdens de eerste voorjaarsdagen van 1326 organiseren de Ieperlingen een raid op de ‘kaardtoestelen’. Controleur […]
Anno 1914, op de 2de november, we beleefden een perfecte herfstdag. We vertrokken om 9u […]
Anno 1919, op de 11de januari, mijn zus, mijn jongste broer en ik lieten Pittem […]
’s Nuchtens tielijk – van ten vijven – staat de schaar gereed en gaat met […]
Dinsdag laatst na de middag is er te Langemark een stoute diefte gepleegd. De weduwe […]
De boom van Filips van Artevelde In die ‘Chronycke van Bachten de Kupe’ van 7 oktober 1974 ontdek ik een heel interessant artikel over de dood van Filips van Artevelde.
Door de overbevolking, de slordigheid van de soldaten en alle gemis aan reinigheidsdienst en misschien nog Veel andere oorzaken is een ziekte ontstaan op de streek, een afloop die bijna algemeen wordt. Sommige mensen lijden er weinig door, doch bij Veel oude en kranke mensen wordt die plaag dodelijk.
Omstreeks 1750 had Langemark, benevens zijn parochiekerk, een viertal kapellen. De voornaamste was de O.-L.-Vrouwkapel ten Poele, die eigen tienden en een eigen kapelaanshuis en kosterij bezat. De kapelaan was gewoonlijk een monnik van de abdij van Voormezele.
Ieder leenman moest zijn onmiddellijke leenheer hulde bewijzen. Hing een leen van een ander af, zo was het een achterleen.
Mijnheer de opsteller van de ‘Gazette van Yper’. Laat ons toe, uw geachte blad te gebruiken om aan onze medeburgers, aan heel het land en aan gans de wereld bekend te maken dat er in onze gemeente een man gevonden wordt wiens vernuft en geestenkracht verre die van al de uitvinders die ooit vermaard geweest zijn geweest, overtreft.
Dank zij die nieuwe keure krijgen de Ieperse gilden nu de mogelijkheid om die voorheen moeilijk aan banden te leggen randindustrie, onder de knoet te krijgen. De vaak gegoede poorters van Ieper, Brugge en Gent bezitten al decennia de macht van het geld.
Immers, naar de beschikbare bronnen is de bekende Ermentrudis van uit Keulen naar Brugge gekomen, en heeft omstreeks 1250 te Sint-Baafs de eerste Clarissenabdij in Vlaanderen gesticht. In de lente van 1256 heeft zij Brugge verlaten om te Langemark een nieuwe abdij, de tweede van haar orde in Vlaanderen, op te richten. Doch op het einde van 1258 of in de lente van 1259 heeft zij die stichting opgegeven en een nieuwe abdij te Rosendale, in de parochie van St.-Jan tussen de eerste en de tweede omheining van Ieper, gebouwd.
Vrijdag laatst was een jongen van Kortrijk bezig met, voor rekening van een aannemer; de grote Duitse onderstand in beton af te breken, op 5 minuten van de dorpsplaats, aan de ‘Blauwe Molen’. Daarvoor gebruikt hij een springstof die hij van op afstand, bij middel van een elekctriekdraad deed ontploffen.
Op den 9en julius, ’s nuchtens met het opendoen van der poorte zoo kwam de mare dat Langemarck en ook geheel de plaetse mette kerke en het schoon huys van Francoys Van Houtte al afgebrand was, en dat door ’t volk van den legere, die op den viij van julius aldaer gekomen was en niemand daer vindende dan in de kerke eenige arme menschen, hebben in diversche huysen ’t vier gesteken, ja datter niet met alle, noch halle, noch huys, noch kerke gebleven was, zoo dat de arme menschen byna zouden verbrand zijn met hunne kinderen in de kerke.
Die man dan, heeft een ontdekking gedaan die ver van de wondere ontdekking van de stoomkracht, van de telegraaf zelf en de wonder van de 19de eeuw te boven gaat. Hij heeft gevonden….o hemel ….dat de schulden van onze gemeente (en deze zijn waarachtig groot) veroorzaakt zijn door het nonnenklooster van Langemark.
Charel Lerberghe moste nor ’t leger om soldaat te zijn. Dat wos in ’t jor drie. En achter twee, drie dagen otten weg wos, ne wos were thuus enne zei: “’k Kunnen hier ol zowel kreveren of gunter.” En die oeders vroegen an Beselaeres, want ’t wos dor een were van ’t leger die gedon had, om hem were mee te doen nor ’t leger en den deen ed hem were meegedon. Ze wilden ook èn dat dat van Prudence Bergh wos datten hij dor niet wilde bluven want z’had, voor datten deuregoeng, er tegen geklapt en ze zei: “En je moet gij nu nor ’t leger?” en ol zukke dingen.
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.
Boudewijn de imperialistische trekjes geërfd van zijn voorouders. Als hij de kans krijgt om aan de oostelijke kant van de Schelde een gebied te verwerven ter grootte van zijn bezit aan de Westelijke kant, waarom zou hij dan nog twijfelen?
Vlaanderen is ingedeeld in gouwen Sinds de Franken van Karel Martel, (door hem de Karolingische […]