In het jaar 1232 woont een machtig ridder in het kasteel van Roesbrugge. Zijn naam […]
Op 21 september 1797 gaan de Ieperse kerken dicht. De volgende dag is dat het […]
Zoals aangegeven mobiliseert het Franse bewind de bevolking vanaf het jaar 1793. Deze algemene ‘levée’ […]
De winter van 1792 nadert. De weilanden langs de Ijzer staan gewoontegetrouw onder water. De […]
De gruwel van 25 april 1794 en de plunderingen achteraf laten een plek als Roesbrugge […]
11 november 1793. Generaal Vandamme verovert nog maar eens Poperinge en de omliggende dorpen en […]
De Franse generaal Dumouriez heeft in het noorden van Frankrijk een leger van 80.000 geoefende […]
Het jaar 1567. Tussen 1 en 15 augustus regent het dagelijks zodat de tarwe niet […]
In het Westland blijft de Boerenkrijg grotendeels achterwege. De streek heeft tijdens de Franse overrompeling […]
Nogal wat oude handschriften leren ons dat er een zekere graaf Liederik en een graaf […]
Mei 1491. Langs de kust zwerft een grote Franse vloot en dit voelt bedreigend aan […]
1793. Gedurende deze maand van februari had het magistraat van Oostende doorgegeven aan de commandant […]
Anno 1792, op de 16de juni. Na het verlopen van 48 jaar en één dag, […]
Op de hoogte van Oost-Cappel Oktober 1792. De Fransen proberen zich meester te maken van […]
Pauwel komt nu plots aandraven met een historie over een zekere Geeraert Lambrecht, een ‘slechte’ man en een arme dagloner uit de parochie van Haringe. In de meimaand van 1681
Op dinsdag 17 april 1906, omstreeks 11 uur ’s avonds, verschaften drie gewapende mannen zich met geweld toegang tot de hoeve van Amand Baillieu, gelegen aan de Kruisboomstraat te Oostvleteren
Den Boerenkrijg der westersche parochiën gelegen tusschen Yper, den Yperlé, den Isser en Vrankrijk, tegen de Franschen of Carmagnolen door Carolus De Rache, Krombeke.
Hier volgt het verhaal van mijn vader Jules Depuydt, die op een dag, in het […]
Ik schrijf u zonder geneeren,
Ge moet me ekskuzeeren,
Dat ik zondag niet en kwam
met mijn velo of den tram.
Maar ik en mijn vrouwe Katriene
Met onze kinders alle zeventiene
Sedert het begin van de geuzerie Ik focus me op Veurne. Hoe verteert deze Westhoekstad […]
Het gehucht Abele, ongeveer 5 km ten zuiden van de dorpsplaats van Watou, is waarschijnlijk zijn ontstaan verschuldigd aan de Romeinse heirbaan die loop van Cassel door Steenvoorde, Abele, Poperinge en Esen naar Brugge. Dit punt is een natuurlijke rustplaats voor reizigers tussen Steenvoorde en Poperinge. Er is daar een station van de spoorweg gekomen na het leggen van de baan van Poperinge naar Hazebrouck.
Bij laagtij lag het eiland, of schiereiland, genaamd Leisele, op een paar vertakking na over Roesbrugge en Stavele, door zeewater omgeven. In ditzelfde werk lezen we dat de rivier ‘De Saltanava’ ontsprong op de hoogvlakte van Leiseleen vloeide in de richting van Hoogstade en Alveringem.
Op 12 maart 1579 arriveren er in Elverdinge honderd Waalse ruiters. Ze blijven er vier dagen en de inwoners moeten zorgen voor hun soldij. Twee schellingen per man en per dag en daarna vertrekken ze terug naar Roeselare van waar ze gekomen zijn.
23 augustus 1328 In de winter van 1323 braken hier in onze gewesten vrij erge onlusten uit. Eerst in het Brugse Vrij en onmiddellijk daarop in de streek van Veurne en Bergues. Het was niet uit ellende dat de Vlamingen naar de wapens grepen. Het was een opstand van vrije kloeke boeren, van kleine eigenaars, van pachters en zelfs van eenvoudige landarbeiders.
De zoektocht naar sporen van de tempeliersorde in de Westhoek is dan ook een heen-en-weer expeditie tussen waarheid en fictie. Maar precies dat mystieke verleden maakt deze zoektocht zo boeiend.
In augustus, september en oktober werd er dagelijks graan opgekocht. Het volk hier over misnoegd, wilde de graankopers plunderen, hetgene geschiedde te Steenstraete, Elzendamme en Roesbrugge. Enige der oproermakers werden kort gestoken en de beroerten werden gestild.
De kalchiede der Stavele-dambrugge over de meersen zal overstromingen te Roesbrugge veroorzaken. Hoe is het mogelijk! Zijn we niet beide bewoners van de Ijzervallei, kennen we de gesteltenis van de waterloop niet genoeg om staande te houden dat er na het leggen van de weg in kwestie (nadat hij ZAL GELEGD ZIJN) meer overstromingen zullen plaatsvinden dan tegenwoordig?
Naadloos en eigenlijk ongewild komen we terecht bij de naam van Veurne. Vier jaar later wel te verstaan. Zo lang is het geleden dat ik me onderdompelde in het eerste deel van zijn oude jaarboeken. Hoewel Veurne natuurlijk ook vrouwelijk kan zijn. Maar dit heeft nu niet echt belang. Enkele weken geleden, eind 2013, kreeg ik een mail van een geschiedenisfanaat die zich afvroeg of ik enig idee had waar de naam ‘Veurne’ vandaan kwam. Nee. Eigenlijk niet. En dat ergert me meer dan ik kan vermoeden. Veurne verdorie. Waar kom jij vandaan?
De leeggelopen kust- en Scheldestreek is al vanaf de 4de eeuw deels herbewoond door Saksische groepen die hun Germaanse cultuur en taal met zich meebrengen. Daarvan getuigen de ontelbare Germaanse dorpsnamen die we op vandaag nog kennen. De Salische Franken zelf vestigen zich in de 5e eeuw in het huidige Noord-Frankrijk en Wallonië, vooral rond de steden Kamerijk, Doornik en Bavay.
Het wordt een hard en bloedig gevecht daar op de markt van Veurne. Hoe het zal aflopen lijkt even minder duidelijk, maar diegenen die Ysengrim hebben gevolgd worden tenslotte overmand. Velen sneuvelen. De rest neemt lafhartig de vlucht en dat terwijl hun leider in groot gevaar verkeert. Ysengrim blijft zich dapper verweren maar de overmacht is te groot en hij valt dodelijk gewond neer op de grond. De overwinning is binnen voor de heer van Wulveringem die zich onmiddellijk naar de gevangenis van de burcht begeeft en er Ryckaert of Rijckewaert Blauvoet en de andere gevangenen vrijlaat.