banner
dec 27, 2018
3044 Views

Verschrikkelijke dag voor Dikkebus!

Written by

15 november 1914, Zondag. – Gedurig missen van ’s morgens vroeg tot rond 10 1/2 uur. De helft van het volk heeft geen mis bijgewoond. Sneeuw en regen. Bijna heel de dag vallen schrapnels op Dikkebus.

banner

….wat voorafging …

15 november 1914, Zondag. – Gedurig missen van ’s morgens vroeg tot rond 10 1/2 uur. De helft van het volk heeft geen mis bijgewoond. Sneeuw en regen. Bijna heel de dag vallen schrapnels op Dikkebus. In de voormiddag zeer veel langs Hallebast, Henri Baes, melkerij, in de namiddag minder en omtrent in dezelfde plaatsen. Er vallen er in het totaal tenminste 50. Deze zijn reeds meer dan gisteren. Bij Hector Dalle heb ik een stuk gezien van 35 cm. lang 15 breed 1 1/2 dik. Gelukkig waren er geen ongelukken. Het geschuifel van de schrapnels is benauwend om horen en de tijd van dat geschuifel (te weten tussen het afgaan van het kanon en het ontploffen van een schrapnel) is voor iedereen een benauwend ogenblik. Er is meest geweld langs de Vierstraat.

Alweer verscheidene Duitse krijgsgevangenen. De Franse aalmoezenier van de ambulance Vandenbroecke heeft de tyfus en vertrekt naar Frankrijk. 9 Soldaten worden aan die ambulance begraven. De Franse klas van 14 is hier toegekomen het zijn allen jagers te voet. Zij blijven enige dagen op de parochie vooraleer in de tranchées te gaan om zich zo aan het front te wennen. Om 8 1/2 soldatenmis in de kerk met sermoen van de aalmoezenier.

In deze dagen wordt het H. Sacrament dat nog berustte in de kerk van Zillebeke door een Engelse diaken (een bekeerd protestant, reservist en dienst doende als simpel soldaat) gered en processiegewijs en begeleid van flambeeuwen door hem naar Ieper gedragen. Als het volk in Ieper de stoet zag afkomen meenden zij dat men ergens een generaal ging berechten. Die diaken heeft enige tijd in Reningelst verbleven bij de familie Duurin.

16 november, maandag. – 25 missen. Reeds van in de nacht een geweldig kanongeschot langs de Vierstraat, Het duurt heel de nacht. En in de vroege morgen vallen reeds schrapnels boven de plaats bijzonderlijk langs de westkant en de melkerij. Bij Henri Hoedt aan de melkerij worden verscheidene pannen afgeslagen, toch geen ongelukken. Gedurig regen. De soldaten die van de tranchées komen zien er verschrikkelijk vuil en ellendig uit. Ze vertellen dat het er deze nacht buitengewoon hevig gegaan heeft met de bayonnet. De tranchées nog maar weinig volmaakt waren volgeregend en men heeft elkaar met de bajonet te keer gegaan. De Fransen hebben veel verliezen maar de Duitsers nog meer. De état major van 16e vertrekt in de namiddag.

17 november, dinsdag. – Verschrikkelijke dag voor Dikkebus! Reeds van 2 uur ’s nachts is het kanon en geweergeschut buitengewoon geweldig, altijd langs de kant van Wijtschate. De Duitsers zijn er nog genaderd. Zij zitten in de ‘Hollandsche Schuur’ het hof van Letermes 10 minuten over de Vierstraat. Het is nog geen acht uur wanneer de schrapnels reeds boven het dorp ontploffen. Het is bijzonderlijk rond Cannaerts, de post die er was komt naar mijn huis omdat die kant te gevaarlijk wordt. Ondanks het voortdurend gevaar blijft toch nog veel volk in de straten. Rond 9 uur wordt het oudste zoontje van Julien Bryon licht gekwetst. Nooit geen 5 minuten zonder schrapnels. Plotseling, rond 10 uur valt een schrapnel op den paardenstal van Camiel Gontier, ‘Risquons tout’, slaat een hoek van het dak af en ijzerbrokken en kogels spetteren rond. Ongelukkig, Pharaïlde Mahieu, oude maart, 72 jaar, zat voor haar venster en een kogel trof haar in de linkerkant van het hoofd. Ze heeft een grote wonde die tot in de hersens kwam. Snel ging men de onderpastoor halen. Ik was juist aan de hoek van de Kerkstraat, de H. Olie had ik bij mij hetgeen ik gedurende heel de oorlog gedaan heb. Aanstonds liep ik er naartoe, maar al met eens nog een schrapnel ontplofte op 30 meter van mij in dezelfde plaats. Het was benauwelijk om naderen. Toch heeft de goede God voor mij gezorgd en ik heb haar nog in leven gevonden om de absolutie en de H. Olie te geven. Nauwelijks was het Sacrament toegediend of Pharaïlde was een lijk. Het was het eerste slachtoffer onder de burgers. De verslagenheid onder het volk was groot. Nog andere burgers gaan op de vlucht. Dezelfde voormiddag wordt op het hof van Hector Dalle nog een soldatenpaard doodgeslagen.

Rond de middag werden we enige tijd gerust gelaten, maar in de namiddag zeer veel schrapnels en zelfs kleine bommen werden gezonden naar t’ Hallebast en zelfs tot aan de Canada. Rond 2 1/2 uur werd een soldaat doodgeslagen langs de kalseide aan Van Eecke’s molen. Helaas, een wrede ramp moest hier nog een van onze braafste werkliedenfamilies in de rouwe dompelen. Naast de molen van Van Eecke woonde de familie Camiel Baeke-De Turck. Camiel soldaat, was gekwetst geworden in den slag van Haelen en lag in het hospitaal in Engeland. Zijn vrouw met haar 2 kinderen was rond de middag gevlucht naar haar schoonouders Theophile Baeke aan de Ouderdom. Rond 4 u in de namiddag gingen Theophiel Baeke, schoonvader, en René Baeke zoon van de We Baeke en neef van Theophiel naar het huis van Camiel om wat gerief te halen. Daar vonden zij 4 Franse soldaten die begeerden konijnen te kopen. Ze waren bezig met de prijs te bespreken, toen al met eens een schrapnel-obus ontploft op het huis zelf. Het huis werd ingeslagen en helaas René Baeke werd heel in slunsen geslagen en onkennelijk, hij was op slag dood. Theophiel, benevens verscheidene andere wonden, werd de benen afgeslagen. Hij heeft maar enkele ogenblikken meer geleefd. De twee soldaten waren ook op slag dood en 2 andere gekwetst. Verschrikkelijk! Theophiel Baeke was Reningelstenaar. René Baeke was van Dikkebus, voorbeeldig jongeling en de vaandeldrager van onze jonge katholieke wacht.

Met de avond was het weer de beurt van de plaats van gebombardeerd te worden. In de valavond rond 5 ¼, wij waren gezeten in onze voorplaats. Opeens een schrapnel zoeft en ontploft over ons, in de hof van Mr Thevelin. We hebben begrepen dar er groot gevaar is voor ons huis en het gebuurte. Wij houden ons in de voorplaats. veel soldaten komen ook in ons huis staan. 10 minuten nadien, zoef een 2de bom en een verschrikkelijke ontploffing. De deur van de voorplaats vliegt open, het is al stof en vuiligheid. Wat is er gebeurd? Een grote schrapnel is ontploft juist achter ons een groot stuk ijzer is door de vensterluiken gevlogen in onze kerk en 4 tegels uitgeslagen, een grote put gemaakt en verder in de muur terechtgekomen.

Een ander stuk ijzer is door de muur van de spreekkamer geboord en verscheidene stenen gesmeten op het hoofd van de telefonisten die daar juist onder waren, en verder tot in de muur gevlogen. Buiten die 2 grote stukken zijn er veel kleine stukken en misschien wel 150 kogels rondgevlogen overal op muur en dak, zodat van de achterkant een derde van mijn pannen gebroken waren en de zolder vol loodkogels lag. De andere aanpalende huizen van Delanotte, Devos, Leeuwerck, Thevelin hebben ook hun deel gehad van kogels en ijzerbrokken maar geen grote brokken. Wij verschoten geweldig, maar niemand dood noch gekwetst. Dat was het bijzonderste. Daarmee was het niet gedaan. 5 minuten nadien een schrapnel valt bij Julien Bryon en een groot stuk ijzer dringt tot in de kelder. Enige minuten nog een die valt bij Felix Philippe en Henri Coene. Grote stukken ijzer vallen tot in hun keuken. Een uur nadien nog een schrapnel op de hommelkeet van H. Dalle. Die dag heeft de vijand 3 slachtoffers gemaakt onder onze burgerbevolking. Maar wanneer wij de gevaren overdenken waarin wij verkeerd hebben zijn we bijna verwonderd dat er niet meer geweest zijn. Niet minder dan 200 schrapnels zijn vandaag op Dikkebus gevallen.

18 november, woensdag. – heel de nacht veel geschut. Nog een deel van ons volk vlucht, zodanig dat op de plaats maar een vierde meer thuis is. Te land zijn er ook velen weg. Vooral de vluchtelingen zijn verderop gegaan. Nochtans zijn er op Dikkebus nog veel meer vluchtelingen dan parochianen. Het is droevig voor onze Dikkebusnaars. Velen weten volstrekt niet waar naartoe. Zij gaan hun intrek nemen ergens in een stal of schuur, lijden veel koude en gebrek, raken snel hun geld kwijt en komen welhaast van armoede weer met het voornemen angst en vrees te lijden op hun Dikkebus liever dan kommer en ontbering op den vreemde. Het is met iedereen hetzelfde. Al wie eens gevlucht heeft is zo gereed niet meer om een tweede maal te vluchten.

Ons Dikkebus is armtierig gesteld, nergens geen winkelwaar meer, noch eten noch drinken. Met moeite 2 bakkers die nog tarwe brood bakken. Bloem is er nergens te krijgen. Men vraagt er langs alle kanten aan de besturen maar nergens geen gehoor of mogelijkheid. Bier overal uitgeput. De wijn zou men willen dubbel betalen, maar de enkele flessen die nog te verkopen zijn zijn welhaast weg. Kaas, eieren, chocolade, biscuits en soortelijke waren nergens op heel de parochie. Niemand immers durft er opdoen, zodanig is iedereen bevreesd van alles te moeten in brand laten. En zelfs indien men durfde ware het vervoer en de passage bijna onmogelijk. En nochtans de Franse soldaten vroegen er hele dagen naar en geld hadden zij in overvloed. Enkel vlees was er te krijgen, zwijnenvlees in overvloed (koevlees hadden de soldaten in overvloed van het leger) de zwijnen immers waren goedkoop. Ook stak iedereen zich beenhouwer, en er zal een ogenblik komen op het einde van december dat er niet minder dan 12 zwijnenslachterijen zullen zijn.

Al de ambulances van Dikkebus zijn weg, uitgezonderd de ‘poste de secours’ van de brouwerij van Peirsegaele, het hof van Vandenbroeke en deze van Millecappelle het hof van Jules Maerten. Deze is daar sedert 8 dagen en reeds zijn er verscheidene soldaten begraven. In het klooster is er niemand meer, in de pastorie liggen er nog 2 of 3 gekwetsten die niet kunnen vervoerd worden. Heel de dag is er veel geschat, en rond 1 uur vallen er veel schrapnels op en rond het hof van Hector Dalle niet minder dan 20 in een half uur. Geen ongelukken.

’s Morgens om 9 uur begrafenis van Pharaïlde Mahieu op het kerkhof van Dikkebus en ’s namiddags om 3 uur begraving van Theophiel en René Baeke op het kerkhof van Reningelst. Alle hofsteden hebben verschrikkelijk veel soldaten. Bij de burgemeester zijn er niet minder dan 700. Melk is er alle dagen veel te kort, boter nergens geen.

19 november, donderdag. – Er is maar weinig geschut in den voornacht maar veel in de nanacht. In de ochtend komen schrapnels en obussen langs Hallebast. Er is in de voormiddag weinig geschot. In de voormiddag vallen er ook bommen op de Klijte. In de herberg ‘De Fontein’ worden de bazin en haar broer doodgeslagen en begraven op de Klijte zelve. Vandaag sneeuwt en vriest het. Ondanks het gevaar blijven de munitiewagens nog dicht bij het vuur, op het hof van H. Dalle zijn ze nog niet weg.

20 november, vrijdag. – Het geschut is minder. Te Dikkebus vallen er enige schrapnels en kleine bommen rond de burgemeesters en de vijver. Vandaag ga ik naar Westouter en daar zijn het al Engelsen. Aan de Bruloose staan er grote Engelse kanonnen.

21 november, zaterdag. – Enkel 4 missen. Vandaag is er maar weinig geschut. De soldaten hebben lelijk gehandeld in de huizen waar de bewoners gevlucht waren en alles geplunderd wat hun onder de handen viel. Zo hebben ze het gedaan in het klooster en zij hebben geslapen op de schone processiekleren. Wij verbergen deze in de kasten van de sacristie. In de kerk zijn al onze kaarsen ook gestolen door de soldaten en wij moeten ons verhelpen met alle soorten van overschot waarvan geen 2 kaarsen aan elkaar gelijken.

22 november, zondag. – 13 missen. ’s Morgens tijdens de missen komt een compagnie ‘chasseurs-Alpins’ in de kerk om er te rusten. De luitenant is een onderpastoor van Marseille, die tijdens zijn dienst zijn examen gedaan heeft voor officier, als onderluitenant is opgegaan en nu luitenant geworden is op het slagveld. Vandaag is het gevecht langs deze kant zeer geweldig, het geweer- en kanongschut verschrikkelijk. Er vallen in de voormiddag veel schrapnels boven de vijver, en bommen en schrapnels tussen het Zweerd, Hallebast en Canada. Deze dagen is ook een grote bom gevallen op den achterkeuken van Alfons Huyghe, plat geslagen en soldaat en officier gedood.

Vandaag branden de hallen van Ieper gedeeltelijk af. Het is een verschrikkelijke rook en in de avond een droevige vuurgloed. Het is het werk van de Duitse Cultuur! Het geschut duurt tot ’s avonds, dan wordt het kalmer. Het vriest geweldig en het is bitter koud. Verschrikkelijk voor de soldaten en zoveel ongelukkige vluchtelingen.

Gisteren hebben de soldaten-brancardiers wat de kerk gekuist. Het was verschrikkelijk nodig, want de stank was onverdraaglijk, de vuiligheid afstotend. Hetzelfde stro lag er nog waarop zoveel gekwetsten gelegen en gestorven waren. Ook doen ze een weinig de steenbrokken weg voor de ingang zodat de mensen een weinig kunnen passeren.

23 november, maandag. – 8 missen. Rond 8 uur komt de onderpastoor van Voormezele hier mis lezen. Hij is dezen morgen om 4 1/2 van Reningelst vertrokken naar Voormezele. Te Voormezele werd hij aangehouden, maar met veel moeite heeft hij toch bekomen van te mogen in zijn huis gaan. Hij had iets gedolven van waarde en heeft het gelukkig teruggevonden en is tevreden naar Dikkebus gekomen. Vandaag is het geschut kalmer. Toch blijven de Duitse brandstichters niet onledig en het is vandaag dat de schone hoofdkerk van St-Maarten van Ieper gedeeltelijk afbrandt. Er vallen geen bommen op Dikkebus, ook beginnen veel mensen terug te keren.

24 november. dinsdag. 5 missen. Om 10 uur begint de vijand opnieuw ons dorp te bombarderen en gedurende een uur lang ontploffen wel 40 schrapnels. De bevolking is nochtans minder bevreesd dan gewoonte, zij kennen de richting en zij weten dat voor iemand die binnen blijft en achter de muren verdoken zit de schrapnels in het algemeen niet zeer gevaarlijk zijn. Daarom verstoppen ze zich wel binnen en eens de vlaag gepasseerd komen ze tevreden en nieuwsgierig naar buiten, tevreden dat ze nog eens aan het gevaar ontsnapt zijn, nieuwsgierig om te weten wat de bommen uitgemeten hebben, juist gelijk het in vredestijd gebeurt na een dondervlaag. Maar wee de ongelukkigen die zich dan op straat wagen. De schrapnel ontploft immers gewoonlijk op een hoogte van 50 tot 60 meters en zit vol loden bollekes soms meer dan 1000 die bij de ontploffing samen met de stukken en het gebroken omhulsel rondgezaaid worden. Soms vindt gij 20 zulke kogeltjes op een vierkante meter, en ik heb doden gezien die ervan doorzaaid waren. Verscheidene schrapnels hebben vandaag schade gedaan. Een stuk werd afgeslagen van de paardenstal van ”t Paradys’. Ook een hol in het schuurtje van Isidoor Delhem. Stukken vlogen op het huis van Henri Dumortier, en weduwe Boudry. Jammer van 3 ongelukken. Bij het Paradijs werd een soldaat zijn arm afgeslagen en 2 kinderen vluchtelingen bij Cam. Blomme gekwetst, een zijn duim af en een ander een kogel in het been dat gebroken werd.

Vandaag is Hector Wullepit, landbouwer van Langemark op zijne hofstede geraakt. Hij had veel moeite om te passeren. Hij heeft nog 9 koebeesten gevonden en ze meegebracht. Zij waren wel te passe. Er waren daar veel soldaten en verscheidene soldaten waren op zijn hof begraven: toch was het in het algemeen nog niet veel vernield. Hele dagen passeren er koeien. Soms grote benden van mensen die hebben moeten vluchten en ze nu gaan halen. Helaas ook veel mensen brengen koeien mee die de hunne niet zijn en zo gebeurt er veel onrechtvaardigheid. De Franse soldaten ook komen af met hele benden koeien en zwijnen en verkopen ze voor wat ze kunnen krijgen. Deze avond heb ik hier Franse soldaten zien passeren met een kudde van 30 zwijnen grote en kleine. Ze kwamen van de Vierstraat. Ze stelden ze aan iedereen te gelde en ik heb gehoord dat iemand 3 schone zwijnen gekocht heeft voor 100 fr.

Nu kunnen wij ons beginnen een gedacht maken van de oorlog en van de Franse soldaten. Het is onbetwistbaar dat de Franse soldaten die hier te Dikkebus waren, moedig waren en ze hebben hier goed gevochten. maar nog veel liever hadden ze te plunderen, te breken en te vermoorden. Alle mensen die gevlucht waren vonden bij hun terugkomst hun huizen deerlijk gesteld. Alle eetwaren en keukengerief was verdwenen hetzelfde met dekens en kleren, de matrassen waren naar andere huizen verhuisd. Bij veel boeren wordt alaam en hommelpersen verbrand. De sloten opengebroken. Stoelen en nog veel andere meubelen vernield en verbrand. De Fransen die wij hier hebben zijn meest allen van het zuiden en ze zijn verschrikkelijk vuil. Ze zijn wel voorzien van eten, brood, suiker, koffie, vlees. Hun brood is niet goed, gezouten en zuur, maar hun vlees is zeer schoon en goed. Zij snijden het schoonste af en het overige met de benen werpen ze waar het vliegen wil, het dichtste het gereedste, zo doen ze ook met al hun afval. Achter de huizen en zelfs in de huizen vindt ge zo hele hopen vuiligheid, die stinken gelijk de pest. Het is genoeg dat ge voor sommige huizen voorbijgaat of de stank slaat u tegen.

Het vlees dat moet dienen voor hun eigen gebruik behandelen ze ook niet zacht. Ze leggen het op de vuile grond en steken het zomaar in de pot en haast nooit zullen ze hun pot uitkuisen. Sommige soldaten doen nu koffie, dan melk dan wijn in hun pullen zonder ze ooit uit te kuisen. Het weggeworpen vlees en benen wordt door de burgers opgeraapt en zo hebben zij nu een goede bouillon, hetgeen ze sedert lang niet meer gewend waren. Nog vuilst van al zijn de Fransen wanneer ze moeten hun behoeften doen. Vertrek kennen zij niet, en zijn er soms die tot daar gaan, het is niet om er op te zitten, maar om er op te staan en het zo ineens heel en heel te bevuilen. Dat is de mode van de officieren zowel als van de simpele soldaten. Ze zijn vuil van wezen, weinig die zich scheren, en ook velen die zich zelden wassen. Toch vindt men uitzonderingen en vooral de officieren wanneer zij zich behoorlijk uitgerust en dan verschoond hebben zien er proper uit. Nu, de merendeel van de zuiderse soldaten zijn het zo gewend in hun huis, en het is niet te verwonderen dat ze vinden en opmerken dat ons volk zo proper is.

Enige personen van Dikkebus vinden het goed van een kleine handel te wagen. De moeilijkheden om zich sommige waren te verschaffen en te vervoeren zijn wat verminderd. Enkelen gaan naar Belle een pak truien of andere stoffen halen en geraken ze aanstonds kwijt aan de soldaten. 2 of 3 rijden reeds naar Belle, kopen er een vat wijn voor 100 of 110 frank, trekken het aanstonds op flessen en verkopen die aan 2,50 fr de fles. Zo zijn er die dagelijks 500 fr winnen aan de wijn. Er is ook bloem gearriveerd. Henri Coene heeft er zaterdag kunnen 4000 kilo kopen. Ongelukkig genoeg wordt deze niet gebruikt volgens de begeerte van het volk. In plaats van witbrood te bakken wordt die meestal gebruikt in het bakken van suikerbroodjes die voor den oorlog 60 centiem verkocht werden en nu 2 fr moeten betaald worden door de soldaten en 1,75 door de burgers. Veel burgers kunnen bijgevolg niet verder dan ook zulke broodjes te kopen hoewel hun geldbeugel het weinig vermag. Wat de wittebroodjes aangaat aan 0,50 centiem deze zijn maar koeken. Concurrentie was er dien ogenblik niet omdat het de enige bakkerij was die werkte en ongelukkig genoeg was er nog geen wet op de duurte van de eetwaren. Zo zijn het de soldaten alleen niet die lelijk handelen. Nu en dan geraakt een herbergier aan een ton bier, maar deze gaat maar een paar dagen mee.

25 november, Woensdag. – ’s Nachts om 12 uur moeten de alpenjagers die hier op rust zijn op het onverwacht naar de strijd geroepen. Nochtans de nacht en ook heel de dag is het kalm, en er is weinig geschut tenzij langs de kant van Langemark. Er zijn veel bommen gevallen en er waren weinig soldaten. In de namiddag krijg ik het bezoek van meneer de pastoor van Voormezele. Hij had goed nieuws vernomen van de kant van Voormezele dat ongelukkig geen waar was en was op weg naar zijn parochie. Maar hij heeft geen ‘laisser-passer’ gekregen. Hij heeft geslapen bij B. Leleu en is ’s anderdaags al opnieuw vertrokken naar Abele.

26 november, donderdag. – Gedurig missen van 6 tot 9 uur. Vandaag ben ik naar den klokkenzolder gegaan en ik heb vastgesteld dat op het hoogzaal de blaasbalg van de orgel was afgesneden en gestolen en 2 of 3 pijpen. In den namiddag vallen bommen over de vijver. Hector Wullepit gaat naar Langemark maar vindt geen beesten meer. Ze zijn waarschijnlijk opgehaald door anderen.

27 november, vrijdag. – 7 missen. De soldaten hebben deze nacht mijn huis verlaten en het is verschrikkelijk vuil. In de namiddag is er zeer veel geschut en schrapnels ontploffen boven de vijver, burgemeesters, over het kerkhof en aan de meisjesschool, in deze laatste plaats niet minder dan 20. Geen ongelukken. Hele dagen zien wij tijdens de dag zowel als ’s nachts de artillerie voorbijrijden met munitie voor de kanonnen.

28 november, zaterdag. – Nogal veel geschut. Veel bommen vallen over de vijver rond de kanonnen aan het hof van Dumoulin en Goudeseune. Aan Dumoulin wordt een luitenant erg gekwetst. Gedurende 3 weken ligt hij in het huis van Henri Dellens omdat zijn toestand niet toelaat van verder vervoerd te worden. Leopold Vandevoorde sterft subiet na de absolutie ontvangen te hebben van een soldaat-priester op het hof van Henri Baes. De koster komt terug van Boeschepe waar hij gevlucht was.

29 november, zondag. – Wel 25 missen. Om 8 1/2 grote soldatenmis met sermoen door aalmoezenier Vignes. Zeer veel soldaten waren tegenwoordig. Om 9 uur begraaf ik een Duitse soldaat overleden in het klooster in de ambulance. Hij wordt begraven in den grote put temidden van de Franse soldaten in de weide. Sedert enige dagen zijn er al opnieuw gekwetsten in het klooster. De ambulance van het hof van Vandenbroeke is weg.

Vandaag is er weinig geschut geweest. Ieper is al verschrikkelijk verwoest. Nochtans wordt het nog alle dagen gebombardeerd. Veel mensen zijn al door de bommen gedood, waaronder E.H. Leys, onderpastoor van St-Pieters, dodelijk getroffen terwijl hij een berechting deed in een kelder (dit gebeurde rond 12 november). Nochtans zijn nog veel mensen in Ieper gebleven. Sommige mensen van hier wagen het om naar Ieper te gaan om winkelwaar. Veel dingen immers die elders uitgeput zijn kan men daar nog vinden. Het is nochtans gevaarlijk en veel kunnen er niet geraken. Te Ieper zijn E.H. Delaere van St.-Pieters, Dassonville van St.-Jacobs, Breyne, Verriest, Roose onderpastoors gebleven te midden van het gevaar. Z.E.H. Deken, na bloed gespogen te hebben werd weggevoerd naar Poperinge. Deze namiddag vespers voor soldaten met sermoen.

30 november, maandag. – Om 5 1/2 worden we gewekt door het zoeven van de schrapnels. We horen nochtans niet dat ze kwaad gedaan hebben. Om 6 1/4 vallen de Fransen aan op heel de lijn en dat met e geweld. Op verscheidene plaatsen is het gevecht gelukt op andere niet. Helaas, de Duitsers zijn reeds te zeer versterkt, men zal de lijn niet meer kunnen doorboren. Aan beide kanten zijn de verliezen groot.

Te Voormezele werd een compagnie alpenjagers van het 6de regiment die de aanval deden met de bajonet op enige manschappen na heel en heel door de Duitsers mitrailleusen weggemaaid. Hetgeen waarin de Duitsers hier bijzonder voor zijn, het is dat ze veel meer mitrailleusen hebben. De aanval duurt zowat de hele dag. Tijdens de dag gaan er maar weinig soldaten meer naar de tranchées, het is immers te gevaarlijk. De aflossingen worden ’s nachts gedaan. Tweemaal daags ’s avonds om 5 1/2 en ’s ochtends ook om 5 1/2 gaat men eten dragen naar het volk dat in de tranchées zit. Dat eten wordt hier gereed gedaan. Sedert enige dagen wordt men ook min moeilijk om het volk te laten passeren. Een Belgische gendarme is hier toegevoegd bij de Fransen.

..lees het vervolg hier ….

Uit ‘De oorlog te Dickebusch en Omstreken 1914-1918’ van A. Van Walleghem

Article Categories:
Dikkebus 14-18
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *