15 april 1437. Terwijl de situatie wat onduidelijk is in Brugge breekt nu oproer uit […]
Mei. ‘Drimilchi’, ‘Driemelkenmaand’, ‘Bloeimaand’, ‘Woenstmaand’ (maand van de vreugde), ‘Vrouwenmaand’ (vermoedelijk is dat Freya) en […]
Ergens rond het jaar 1770 is er een sterfte onder het hoornvee uitgebroken. Een eerste […]
Bij de boeren Heel de zondagvoormiddag was één verlangen. Na de vespers immers trokken we […]
Hoe het vordert met deel 10 van ‘De Kronieken van de Westhoek’, kan je volgen […]
Om boer te zijn moet je hazepoten hebben en een zwijnemage. – Rap van hand en rap van tand en niet kieskeurig zijn in de spijzen.
13 juni 1489. De oorlog gaat onverdroten verder. Daniël van Praet verslaat de Vlamingen die te Beerst bij Diksmuide hun kamp houden en neemt daarbij 4 Brugse kapiteinen gevangen. Ze kunnen vrijkomen tegen een rantsoen van 970 ponden.
De vroegtijdige vorst maakt het gebrek aan water zoveel te gevoeliger, nu meer dan ooit wordt onze bevolking gewaar wat het betekent er het zo noodzakelijk water er ver weg van huis te moeten bijhalen door de koude.
Mei. ‘Drimilchi’, ‘Driemelkenmaand’, ‘Bloeimaand’, ‘Woenstmaand’ (maand van de vreugde), ‘Vrouwenmaand’ (vermoedelijk is dat Freya) en ook wel ‘Vrijmaand’ (vermoedelijk ook afkomstig van Freya).
Aanschouwt mij, hier en daar,
die bende Casselkoeien;
die, louter bruin van haar,
als zoveel blommen bloeien
Ook zo’n bizar onderwerp is de term ‘zegeningen’. Als je daarover nadenkt dan is het inderdaad wel gek en bizar dat priesters mensen zegenen. Waar komt dit gebruik vandaan?
De dood op getepoten (graatmager)
Met een poot in de pit zijn (heel erg oud zijn)
Te dom om dood te doen (niet zeer snugger)
Petrus Vraeghe, Pier Paelinck in de wandelinge, was de jongste uit een bende van acht. Broers en zusters waren allemaal uitgetrouwd en voor hun eigen.
15 november 1914, Zondag. – Gedurig missen van ’s morgens vroeg tot rond 10 1/2 uur. De helft van het volk heeft geen mis bijgewoond. Sneeuw en regen. Bijna heel de dag vallen schrapnels op Dikkebus.
Nu dat de plotselinge en talrijke weersveranderingen zo veel keelziekten veroorzaken, is het niet ongepast, zegt een Frans blad, een eenvoudig geneesmiddel bekend te maken dat bijna altijd lukt.
‘ ’t Go wel mien tied doen’, zegt de filosoof.
‘Os de ’n hemel volt, liggen w’ol d’roendre’ – Laat de zaak op haar beloop, wij kunnen er toch niets aan veranderen.
‘Leven en loaten leven’, was de leuze van de vroegere bewoners van ’t Ambachtstraatje.
’t Was aven en doenker
Me waren op ’t laste van november;
‘k Hadde de koeën strooi egeeven,
Denk nu maar niet dat het de boer in de eerste plaats om de vruchten ging, al werden die niet versmaad, noch om de sierlijkheid van de boom zelf. Neen, de notelaars waren er hoogstnodig.
Dichtbij de plek waar het Egliseum zo moeizaam een nieuwe toekomst probeert op te bouwen in het Ieper van 2014, de ‘Paters’. Het kan maar daar zijn: ‘aen de westzijde van de Mondstraete regt over de Paterstraete alwaer de kerke der Jesuiten nu staet.’ Het feestje loopt slecht af. ‘In dit onbewoond huys moesten zij hun spel vertoonen ter oorzaeke van het quad weder mits het gedeurig regende.
’t Is kermis! Weken op voorhand reeds kregen de huizen een schildering, werden beplakt en geplaasterd, en van boven tot beneden.
Ook Vlamertinge zit verveeld met een peloton Walen onder het bevel van hun wrede kapitein Laparast. Hij heeft trouwens nog een groep ‘pioniers’, arbeiders en genietroepen bij zich. Het bolwerk van de brigade bevindt zich ter hoogte van de kruising van de Lombaardbeek met de weg Ieper-Poperinge, enkele honderden meter voor het dorp van Vlamertinge als je vanuit richting Ieper komt.
Hoe dat een koe een haze vangt! zegt men schertsend om zijn bewondering uit te drukken nopens een lukslag die een dwazerik doet, enz.
Over de prijs van de boter Waar zijn de gelukkige tijden op de welke de […]
Nu dat de plotselinge en talrijke weersveranderingen zo veel keelziekten veroorzaken, is het niet ongepast, zegt een Frans blad, een eenvoudig geneesmiddel bekend te maken, dat bijna altijd lukt. Men doet in een glas water een lepel bicarbonaat van soda en men drinkt die drank in één teug, bijna altijd verdwijnt de hoofdpijn, er ontstaat slaap en de pijnen gaan weg.
Die scheldwoorden deden de mate overloopen. De getarte landbouwer sprong op den amman toe, doch Malin de Cueninck kon hem vastgrijpen. Een slag op het hoofd van dezen laatste maakte den weerhoudene vrij, die opnieuw den amman te lijf wilde. Een tweede maal werd hij vastgegrepen. Met stampen en slaan ontwrong hij zich uit de handen van de Cueninck, en vloog als een waanzinnige zijn huis binnen.
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.
Boudewijn de imperialistische trekjes geërfd van zijn voorouders. Als hij de kans krijgt om aan de oostelijke kant van de Schelde een gebied te verwerven ter grootte van zijn bezit aan de Westelijke kant, waarom zou hij dan nog twijfelen?