Gardeboe (spatbord)
Garjoole (vogelmuit)
Gartn (plaats maken)
Geirn (graag)
Geirnaars (garnalen)
Facteur (postbode)
Fassaade (voorgevel)
Fassaadeklets (kladschilder)
Fernient (insecten)
Fienaard (slimmerik)
Fientig (tenger)
Fietoe (kookketel)
Fikkeln (amateuristisch samenstellen)
Fleuresien (jicht)
Fleute (penis)
Floche (kwispel – fles)
Footu (kapot)
Frak (lange overjas)
Freezn (aardbeien)
Fring (rem)
Froenseln (verfrommelen)
Furte (woeste bui)
Fuusieke (jachtgeweer)
Gaai (dwazerik)
Gaaiperse (staande wip)
Gaanoepeln (gestoven)
Galent (afrastering/hout/ijzer)
Galjaar (durver)
Gardeboe (spatbord)
Garjoole (vogelmuit)
Gartn (plaats maken)
Geirn (graag)
Geirnaars (garnalen)
Geleie (confituur)
Gemumberd (gespierd)
Gemet (44 aren)
Geneuk (speels kind)
Gesmierd (gesmeerd)
Gestuukt (gedrongen)
Gesvodde (graszode)
Getrek (gespan)
Getn (beenbeschermers)
Gifekkeer (geef hier)
Gildig (goed gevormd)
Ginstn (veere weg)
Glaarieoogn (nieuwsgierig kijken)
Glei (roggestro)
Gletschn (glijden)
Gliek (gelijk)
Godloontje (dankwoord)
Godvodderjulder (begroeting bij arbeiders)
Gootekuuscher (magere man)
Graamette (mondstuk/paard)
Grametsels (tekens)
Graandr (bak voor geplette haver)
Greepe (drie/viertand)
Greitn (spotten)
Grifl (leien schrijfstok)
Groobolg (gulzigaard/egoïst)
Gruslammentn (verpulveren)
Gruus (zemelen)
Guldr (gij allen)
Guntr (daar ver)
Article Tags:
fientig · fikkeln · gemet · gemumberd · geneuk · gestuukt · getn · getrek · gildig · godloontje · Graamette · grametsels · greitn · grifl · gruusArticle Categories:
naar de bronnen van onze taal

