banner
mrt 14, 2015
1941 Views

Den duvel en de meulenoare

Written by

Daar was ’n keer een molenare, hij had noch grof noch fijn meer te malen, ’t Kwam zo verre dat hij jaren pacht ten achteren stond, hij ging algauw z’n molen mogen sluiten
en gaan om stuiten.

banner

Verteld in 1950 te Stavele door een wagenmaker geboortig van Wijtschate.

DE DUIVEL DOOR DE MOLENAAR BEDROGEN

Daar was ’n keer een molenare, hij had noch grof noch fijn meer te malen, ’t Kwam zo verre dat hij jaren pacht ten achteren stond, hij ging algauw z’n molen mogen sluiten
en gaan om stuiten.

Hij ging en kloeg zijn nood aan de schaper. Waar dat ge mee inzit, zei de schaper, ik weet iemand die er al vele heeft d’er deure geholpen. Dat ge ze al zage, ge zoudt reusch
staan.

Ewel schaper, zei de molenare, moeste gij dat kunnen effen klaarzen, ‘k en zou ’t van mijn leven vergeten. Goed, zei de schaper, ge moogt er op rekenen. Alleenlijk zult ge moeten een papiertje tekenen voor zoveel jaren, en naderhand is uw ziele dan voor hem.

Dat laatste stond de molenaar lijk niet al te wel aan, hij zweeg er over, maar peisde niet te min. ’s Anderendaags kwam er een flinken here de molenwal opgestapt, de trappen op en vriendschap, zei de duvel — want ’t was de duvel verkleed — ge zit in slechte lakens en als ge wilt help ik voor vijfentwintig jaar, leven in weelde en overvloed, en daarachter gaat ge mee in mijn dienst.
Akkoord ?

Wat kon de molenare anders doen dan aannemen. Hij sloeg toe, en ’t papiertje was getekend. Nu kon hij zijn schulden betalen, hij zwom in ’t geld. Als er wind was liet hij z’n molen draaien voor d’opsprake van de mensen. Maar niets blijft eeuwig duren en de vijfentwintig jaar vergingen lijk rook… ’t Moment naderde en hij vond geen ander spit mee te wenden dan naar de paster te gaan en
zijn geval uiteen te doen. Veel betrouwen hebben op Onze Vrouwe, zei de paster, vele lezen, en te gepasten tijde zal zij u wel helpen.

Dat voldeed de molenare lijk maar halvelinge en de schaper zal mij misschien beter kunnen helpen, peisde hij, ’t is ten anderen zijn schuld moet ik nu uit een vuilen lepel eten.

Zo moeilijk is dat niet, zei de schaper, ge moet zien den duvel een werk te geven dat niet doenlijk is voor hem. Als uw tijd uit is, zet ge een zak lijnzaad gereed op de molen en als ze daar achter u komen, ge smijt heel de klik van boven naar beneen. Daarmee zullen ze wel hun pluk hebben en er blijft al hier en daar een zaadje achterwege.

De vijfentwintig jaar waren uit en op slag van ten twaalven te middernacht kwam er een hele bende zwarte vogels de molen opgevlogen al lelijk doende. De molenare gruwde er van, maar hij zwaaide heel de klik lijnzaad in ’t ronde naar beneden. Het geruchte viel stille, maar in een-twee-drie was het laatste zaadje opgeraapt en weer de zak in.

De molenare zweette er van, maar hij viel niet slinks, hij pakte een zak meel en kletste den dienen ook naar beneen. Weer raapten ze neerstig en de zak vulde zienderogen. Van klare gepijndheid moest de molenare er een laten vliegen in de wide wereld, en raapt den dienen op als ge kunt,

zei hij…

Dat was boven de macht van de duvels. Ze mieken een leven lijk een oordeel en vlogen were vanwaar dat ze gekomen waren.

Uit Biekorf van 1960

Article Tags:
· · · · · · · · · ·
Article Categories:
sappige vertellingen
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *