Van een magere vent zeiden we: ‘hij valt uit zijn kulten’, of nog schilderachtiger: ”t is al kop en kulte!’.
Kulten was in mijn jonge tijd nog heel gebruikelijk voor kleren. We hadden allemaal onze beste en onze weke kulten. Als ik een handje toegestoken had op het land of in de stallen en terug naar mijn kamer kwam om te studeren, dan zei mijn moeder gewoonlijk: ‘doe je vuile kulten af en trek propere kleers aan!’.
Van een magere vent zeiden we: ‘hij valt uit zijn kulten’, of nog schilderachtiger: ”t is al kop en kulte!’.
Een jongentje dat naar school kwam met veel te grote kleren van een oudere broer verweten we spottend als ‘kop en kulte’ of ‘kultemarchand’. Het slachtoffertje tilde daar niet zo zwaar aan en wijzelf meenden het niet zo erg, want we wisten dat we vroeg of laat ook aan de beurt kwamen met zo’n vogelschrikplunje van een oudere broer.
Van een bouwvallig huis of meubel zeiden we: ”’t valt kulte vaneen’ of ‘kulte verscheen’.
En van een slordige huishouding heette het ”t ligt daar allemaal kop over kulten’ of ‘kol over kulten’. Synoniem hiervan was het schilderachtige ”t ligt er allemaal kop over konte’, of ‘kol over konte’ (=onderste boven). Of nog sterker: ‘kol over kloten’.
Nog een laatste voorbeeld, om aan te tonen dat kulten werkelijk tot het dagelijks taalgebruik behoorde. ‘Dat jongentje heeft in zijn kulten gedaan van benauwdheid!’. Minder er was het als je in je kulten deed van het lachen.
Ik zou niet durven zeggen dat het woord kulten een ongunstige of pejoratieve betekenis had, maar het behoorde uitsluitend tot de taal van het volk. Boeren en arbeiders gebruikten het evenveel en wellicht meer als kleers. Maar iedereen wist dat je het bijvoorbeeld niet gebruikte tegenover de schoolmeester, de pastoor of de dokter. De burgerij sprak van kleers en het volk van kulten. Je hoorde op West-Vleteren-dorp bij de platseflokkers haast uitsluitend van kleers spreken en bij de bosuils van de Paterhoek van kulten. Dit standenverschil heeft speciale achtergronden die streekgebonden zijn.
We vinden het woord kulten terug in het Engelse ‘clothes’. Er heeft alleen metathesis plaatsgevonden, d./w.z. de medeklinker ‘l’ en de klinkers ‘o/u’ zijn onderling van plaats gewisseld. In het Engels behoort ‘clothes’ tot de algemene taal zonder enige bijbehorend reukje. Misschien is dat bijbehorend reukje er de oorzaak van dat ook in de Vleterse gewesttaal dit woord in onbruik geraakte terwijl he Engelse ‘clothes’ zich handhaaft. Hoe het in zijn werk gaat met woorden die opkomen en woorden die verdwijnen, daar verstaat een mens dikwijls de kulten van. ‘De kulten’ vormde een veel sterkere ontkenning als het woord ‘niets’, maar voor zover me bekend is, kwam het alleen voor bij het werkwoord verstaan.
De jongere generatie zal waarschijnlijk bij het lezen van mijn bijdrage voor Vlietmara gemonkeld hebben; ‘ik versta daar de knoppen van’, maar dat is niet meer zo schilderachtig als het bovenstaande. We bezitten inderdaad in het Vleters een schat aan schilderachtige, mooie zegswijzen en uitdrukkingen. Je moet eerst, zoals ik, tientallen jaren van de streek weg zijn eer het je opvalt.
Ons Vleters is ook pittig en geestig. Is het u ook opgevallen dat er in die opgerakelde oude voorbeelden heel wat stafrijmen voorkomen? Kop en kulte, kol over kulte, kol over konte. Om de kracht en de pit van die zegswijzen te vatten, volstaat het niet dat u ze op papier hebt. Het is beter dat u ze hoort. Dan zal het opvallen dat de geboren en getogen dialectspreker drie vierde van zijn stemvolume op de ‘k”s uitstort.
Nadat ik klaar ben met schrijven, vallen er me nog een paars zegswijzen met kulten te binnen: ‘ze helpen hier alles aan de kulten!’. Dat zal mijn vader wel gezegd hebben toen de Engelse soldaten in 1915 de ‘ballon captif’ (in de volkstaal ‘het zwijn’) in zijn weide kwam installeren of toen de Amerikanen in 1917 hun treinroute dwars door zijn land legden. Die hebben er inderdaad alles kapotgemaakt. Ook toen de Tommy’s en de Yankees al lang weg waren, zei hij nog; ”’t is hier al aan de kulten!’.
Als je op iemand heel erg boos was en daarbij nog een goeie pint gedronken had om jezelf moed in te pompen, kon je dreigend zeggen; ”k ga je een keer kop en kulte slaan’. Hoe dit juist in zijn werk ging, kan ik u niet vertellen, want ikzelf heb het, voor zover ik weet, nooit gedaan.
Nu zal ik echt stoppen. U zou anders zeggen: ‘loop naar de kulte, loop naar de konte’. Deftig vertaald wil dat zeggen: ‘loop naar de maan’ of ‘maak dat je wegkomt.’
Dat doe ik dan ook, maar niet langer dan tot de volgende keer.
–
Julien Peperstraete in ‘Vlietmara’ van 21 maart 1982


