We hebben allemaal onze eigen tijd op aarde. Ofwel zijn we nu volop aan de gang met ons leven, ofwel is dat al voorbij. De generaties komen en gaan. Van vader en moeder op zoon of dochter. Ze veranderen al sinds mensenheugenis zowat om de 25 jaar. Elke 25 jaar staat nieuw jong geweld klaar om de fakkel over te nemen en een stuk leven voor zich te maken. Het resultaat van al die voorbije generaties noemen we ‘geschiedenis’. Wat is er allemaal geschied in die vele vorige levens?
Etwien ’t ei uut ze gat vragen, (iemand uithoren)
–
En n’is zo plat of e fige. (vals, kruiperig, vleierig)
–
Dinne doen (dwaas doen)
–
Iemand ‘bie ’t veertienste zetten’ = Iemand ‘bie de buk doen’ (in ’t ootje nemen, foppen)
Onze gedachten glijden verder weg op zoek naar de herinnering van soldaten en handelaars die veel eeuwen voor ons die weg hebben afgelegd in hun zoektocht naar gewin of victorie. Maar laat ons verder stappen in onze tocht naar Pupurningahem dat twee mijl van ons verwijderd ligt. Haastig zetten we de laatste etappe van onze trip verder. We houden noodgedwongen halt aan een waterloop die ons pad doorsnijdt. Het is de Fleterna rivier. Het water van de Vleterbeek, ontsprongen op de Catsberg, stroomt hier in volle snelheid naar de Saksische kust, de Littus Saxus. We stappen over de primitieve brug gemaakt van stenen en rotsen en eindelijk komen we aan bij de antieke residentie van Pupurn.
Er komen nog twee wegen ten noorden van de Ijzer en ook verschillende kleinere wegen, ‘diverticulata’ zien het levenslicht. De grote militaire steenweg tussen Cassel en Bavay loopt via Dranouter, Wijtschate en Wulvergem en gaat verder via Wervik aan de Leie en via Doornik om uiteindelijk Bavay te bereiken waar 7 andere heirbanen hun aansluiting vinden. De onverharde weg van Cassel naar de westelijke Schelde loopt voorbij Watou en Poperinge en dan verder via Bikschote, Oost-Vleteren, Noordschote en Merkem naar de buurt van Diksmuide en dan verder noordoostwaarts naar Gent en de Hont.
Boudewijn de imperialistische trekjes geërfd van zijn voorouders. Als hij de kans krijgt om aan de oostelijke kant van de Schelde een gebied te verwerven ter grootte van zijn bezit aan de Westelijke kant, waarom zou hij dan nog twijfelen?
‘K voelen’t an de tute van m’n elleboge. (‘k heb het door).
Oorlog met Frankrijk. Van de Brugse Metten naar de Guldensporenslag.
Uit deel 2 van De Kronieken van de Westhoek
Vlaanderen is ingedeeld in gouwen Sinds de Franken van Karel Martel, (door hem de Karolingische […]
Nieuwpoort ten tijde van de Romeinen In 1971 schrijft de Nieuwpoortse historicus René Dumon een […]
Je had toen ook overtijd, de heksen waren nogal tamelijk wel vertegenwoordigd op de boerhoven. […]
De Dampierres zijn definitief door de mand gevallen Hoe kan je de toestand in Vlaanderen […]