‘Kurieuzeneuzen mi lange stêerten’.
‘ ‘z Is ’t neuzewies’ – Zij weet van de zaak.
Hoewel dit geen specifieke zegswijze is, wilde ik toch niet nalaten die even aan te stippen. Dr. Leon Dewulf (Poperinge) maakte me ooit erop attent dat hij tijdens een huisbezoek in de omgeving van Abele een patiënt hoorde zeggen dat de wind in het ‘kaloonegat’ zat.
Onhandigheid ligt aan de basis van de onmacht, al maken velen er zich gemakkelijk vanaf met schijnbare onwetendheid.
” ’t Goat alhier in en ’t komt oldoar uut” en men wijst op de oren,
“E gebaart van Ko” – Hij veinst uw vraag niet te horen.
Ziemr (zijn we weg/ben je klaar?)
Zikteele (vervelende vrouw)
Zilvn (zenuwen)
Zimtje (limonade)
Zjatte (soeptas)
Gy donkel – gy liefhebber Bê ja! Wel ja!
Bejipt – kwaad lastig
Beyte è bitje – wacht een ogenblik
Bré-ege – breister
Weegaarde (gelijkaardig/complementair)
Weeml (houtboor)
Weerekeern (terugkomen/omdraaien)
Weerspleet (gelijkend op)
Twee katten aan een’ muis,
Twee vrouwen in een huis;
Twee honden aan een been,
Komen zelden overeen.
Verkiest (van het goede te veel)
Vermaaninsche (hartaanval)
Vernukld (klein/kind)
Verschette (vork)
E n’is te lui om strooi ’t eten.
E n’is te lui datten ze gat opheft.
E n’is te lui om dood te doen.
Overwegend behept met een optimistisch humeur, kan de Veurnaar norse, onvriendelijke gezichten zien, noch uitstaan. Vele uitdrukkingen wijzen in die richting.
Nu mezen en robaers hen honger, koud en durst
Ze kommen ieder dag en pekken e bitje vet
Tjings (Chinezen)
Tjoene (het uwe)
Tjoetn (dwazerik)
Tjooln (ronddolen)
‘E stikt ’t viertch’ in brand”.
‘E zoe duust duvels doen vichten”.
‘E dume d’rin vetten’- Zich verkneukelen in de miserie van anderen.
Streule (urinestraal)
Strieveln (stro aan dieren geven)
Strobbeln (tegen iets aan schoppen)
Strontaffaire (loense zaak)
Stuppn (buigen)
Die kakelen wil, moet eieren leggen
Iedereen kakelt en ik het het ei gelegd
Zij het kakelen en ik het ei
Wie het kakelen niet kan verdragen moet achter geen eieren vragen
Schittooge (anus)
Schobbeln (slordig en rap werken)
Schoedn (melkkruiken reinigen)
Schof (deurgrendel)
De hele ons omgevende wereld is eigenlijk in te delen in wat binnen en in wat buiten gebeurt. Daarmee is in taal en dialect meteen de overvloed aan wendingen en samenstellingen met ‘binnen’ en ‘buiten’ verklaard.
Scharmienkel (lelijk)
Scharteln (krabben)
Scharzebuuze (uitlaat van een auto)
Schrijf het op de balke, de kalvers en zullen het niet uitlekken (van een schuld die nooit betaald wordt)
Twee katten aan een muis, twee vrouwen in een huis, twee honden aan een been…komen zelden overeen.
Twee mussen aan een korenaar maken nooit een vreedzaam paar.
t Is joamer zukk’ è schoon gat in de weke te dragen.
z’ Hanget ol aan heur gat. (ze koopt veel kleren)
Ze peist datt ‘er è karre goud an neur gat hangt.
Rijk worden is niet zijn rijkdom vermeerderen maar zijn begeerten verminderen.
Geld is het land meester.
Geld maakt een huwelijk niet gelukkig! Nee, maar het is tenminste nog een troost in het ongeluk.
Die mensen zijn familie van Alexander, alles voor zich en niets voor een ander.
Ransl (loopse vrouw)
Ransl (boodschappentas)
Rechtsweer (bloedband)
Reekan (na elkander)
E kukchat (wordt gezegd van iemand met een kleine gestalte)
E gatlek’r (een persoon die op een overdreven kruiperige manier vleit om een speciale gunst te bekomen)
E gatfoag’r (is iemand die zich niet bekommert om iets of iemand)
Peurn (afgieten gekookte aardappelen)
Piefr (onvruchtbaar mannelijk wezen)
Piepappoentje (lieveheersbeestje)
Piepauw (lieveheersbeestje)
Piepern (kussen)
Naastjaare (volgend jaar)
Nobachtngaan (naar de wc gaan)
Nauwers (nergens)
Neusdoek (zakdoek)
Neutebuk (kleine man)
Messchendenat (doornat)
Messing (mestvaalt)
Mestoop (mestopper)
Mette (doopmeter)
Mettekoo (zotje)
Lampetn (batavieren)
Langewaaie (waterspook)
Lankwagn (wagenboom)
Lantefantn (treuzelen)
Laptjemette (vervang doopmeter)
Die mens zou geven dat ’t haar deur zijnen hoed groeit (dat hij zelf niet meer genoeg heeft). Zie ge hem daar geschilderd staan met de stersen haar die deur de gerren van zijn dood versleten hoedje sprietelen?