Jan Breydel onthoofd

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       4 weeks ago     62 Views     Leave your thoughts  

De namen van Jan Breydel en Pieter de Coninck zullen voor eeuwig met de naam verbonden blijven. Over de held van de Groeningekouter gaat het hier evenwel niet. Brugge heeft één, twee …drie Jan Breydels gekend.

De ‘Jan Breydel’ die we hier in de kijker willen plaatsen, heeft met de koene strijder uit de Guldensporenslag gemeen dat zijn vader Jakob Breydel de achterkleinzoon was van de grote man, aan wie onze stad haar zo strijdvaardige naam van ‘Breydelstede’ te danken heeft. Nu meer dan ooit moet Brugge strijdvaardig zijn, vooral als het gaat om de expansie van zijn haven.

Net als zijn met roem overgoten voorvader was Jan Breydel in ‘s lands- en stadsbeleid ‘very important’. Maria van Bourgondië vereerde hem met een gewichtig gezantschap naar den vreemde en te Brugge werd hij tot tweemaal toe burgemeester.

Ook bij de archiers of de schutters van Sint-Sebastiaan volgde hij de voetstappen van zijn vader en werd er hoofdman van de gilde. Om de investituur van zijn nieuwe functie te vieren werd hem door de schuttersgilde een schitterend banket aangeboden in het cabaret ‘Den Halsberg’ in de Vlamingenstraat.

Het archief van de gilde vermeldt ook dat hij eens ‘coninc vander bonne’ werd, een benijdenswaardige titel jaarlijks verleend, niet door een prijsschieting maar wel door een boon in een driekoningengebak. Zijn vrouw, Maria Baert, had hem vier kinderen geschonken.

Op een eerder dramatische wijze gaf hij de pijp aan Maarten… Zijn politieke gezindheid was er de oorzaak van dat hij op de harde straatstenen van de Burg zijn hoofd verloor, nog voor hij het schavot had betreden.

Wat wel bewijst dat de Bruggelingen hem niet zo goedgezind waren. De ‘coninck vander bone’ had blijkbaar een boontje voor de Oostenrijker Maximiliaan, wiens zoon prins Filips op 10 januari 1483 te Gent als graaf van Vlaanderen gehuldigd werd.

Gezien de minderjarigheid van de knaap werd het land in voogdijschap gegeven aan vier voogden: Jakob van Savoye, Adolf van Cleven, Adolf van Borssele en Filips van Bourgondië. Stuk voor stuk kerels die politiek geschoold waren en bekwaam waren om de jonge graaf naar hun pijpen te doen dansen.

Dat stond papa Maximiliaan niet erg aan! De Oostenrijker schoot in een Franse colère en nam subito presto het besluit zich hiertegen op een hardhandige manier te verzetten.

Rond Rijsel mobiliseerde Maximiliaan een leger en rukte hiermee op naar Brugge. Aan de Smeden- en Boeveriepoorten werd hij tot staan gebracht en hij zond aanstonds een van zijn schildknapen om de magistraat van de stad tot een gemmodelijk gesprek uit te nodigen.

Maar Franciscus Bassevelde stond er op wacht. De beenhouwer, die ook schepen was, liet de schildknaap niet door en zond hem op eigen gezag terug naar zijn baas. Maximiliaan bleef buiten de muren.

Inmiddels was er binnen de muren een complot ontdekt van Maximiliaangezinden die er op uit waren de stad aan de Oostenrijker over te leveren. Onder de samenzweerders bevond zich Jan Breydel. Hij werd uit zijn huis gehaald en gearresteerd. Zoals toen gebruikelijk was, werd hij ook op de pijnbank gelegd en gefolterd om hem een bekentenis af te dwingen.

Door pijn overmand, gaf Jan Breydel toe en werd ter dood veroordeeld.

In de vroege morgen van 5 maart 1484 werd Jan Breydel uit de gevangenis of het Steen gehaald. Het schavot stond voor het stadhuis opgesteld. Hij had het schavot nog niet bereikt of hij lag al op de grond waar hem het hoofd werd afgeslagen.

Ook Colard Duyveluys, de hofmeester van Maria van Bourgondië, onderging hetzelfde lot terwijl er nog verschillende anderen, van mindere rang, boven het schavot door het slagzwaard van de beul werden berecht.

Met toestemming van de Eed werd zijn lijk door zijn gildebroeders van Sint-Sebastiaan opgeraapt en ondanks alles, werd Jan Breydel met alle eer in de kapel van de schutters in het klooster van de minderbroeders begraven.

Zijn grafschrift (in het Frans opgesteld) luidde als volgt: ‘Hier ligt begraven meneer Jan Breydel, zoon van Jakobus, overleden de 5de maart 1484. Hij ondernam een reis naar Jeruzalem en bevond zich ook op het graf van de heilige Catharina aan de Sinaaiberg.’

Uit een oude Brugse krant – artikel geschreven door Anton Poorter –

uit het oud archief van Jozef Roelandt bijgehouden door de Geschiedkundige Commissie van Wervik.

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>